Afgelopen seizoen, welk toch tot een van de zwaarste fond seizoenen van de laatste jaren gerekend mag worden, behaalde Mathieu (Thjeu) uit Stein in Limburg Totaal het 1e Hokkampioenschap ZLU en werd er tevens 1e Generaal Kampioen op de ZLU vluchten.

In 2017 bezat Thjeu de beste ZLU-duif in de competitie Whzb/Tbotb in de vorm van zijn donkere doffer de “Kleine Barcelona”. Deze vloog in dat jaar de 6e Nat. Barcelona (4504 d) en de 8e Nat. Narbonne (2528 d).

In het verleden (1967) won Thjeu al de 1e Nat. Dax en in 1995 de 1e Nat. Pau. In 2002 werd hij gekroond tot Nationale Marathon Kampioen. Recenter, zoals in 2016 werd hij bij de ZLU nog 3e Nationale Marathon Kampioen, behaalde de 1e plaats in de categorie 8 Getekenden Nationale Marathon, werd 1e in de Euregio (1e en 2e Getekenden), 4e Euregio Award (1e Getekende) en 1e ZLU Fondkampioen. In Limburg Totaal werd hij in 2017 o.a. 3e Generaal Kampioen Fond, 1e ZLU Duifkampioen met zijn “Kleine Barcelona” en werd en 1e ZLU Generaal.

Thjeu is een fervent fond liefhebber maar een met de z.g. ‘kleine mand’. Zo mande hij afgelopen seizoen tussen de drie en zeven duiven per ZLU vlucht in. Barcelona is al jaren zijn favoriete vlucht en wist hierop al menige kopprijs te behalen. Zo behaalde hij vanaf 2009 al een 6e, 14e, 24e, 39e, 41e, 60e en 89e nationaal Barcelona en 25 nationale prijzen van 58 ingemande duiven.

Afgelopen seizoen won hij volgende prijzen op de nationale ZLU vluchten. Goed voor het Hok- en Generale kampioenschap in Limburg Totaal.

Pau (3351 d) 7 mee - 51

Agen (4776 jrl) 5 mee – 274-448-569

Agen (5754 oud) 7 mee – 545-1286

Barcelona (3912 d) 7 mee – 41-432-741

St. Vincent (2570 d) 5 mee – 168

Marseille (2750 d) 3 mee – 154-513-682

Narbonne (3082 d) 5 mee – 86

Perpignan (3778 d) 3 mee – 193-545

De "Kras 919"

Een belofte voor de toekomst is de tweejarige kasdoffer doffer met ringnummer Nl16-1794919.  Als jaarling vloog hij al een 16e Prov. Bergerac tegen 2.580 duiven en afgelopen seizoen vloog hij op de ZLU vluchten de 51e Nat. Pau (3.351 d) en de 168e Nat. St. Vincent (2.570 d).

Vader is de “646” van ’14 en een doffer uit de “Rochelaar” van Ko van Dommelen (broer 4e Nat. Mont de Marsan)  x “’t Paarsborstje 629” een volle zus van de “Paarsborst”, moeder van o.a. 1e en 22e Nat. Narbonne

Moeder is de krasduivin “Jos” van ’15 en zij is afkomstig van Jos Martens uit Stein en is uit een zoon van de “711” van Buscher-Albertz x dochter van de “Sjef” van Jos, stamvader en vader en grootvader van de nationale winnaars van Jos.  

 

Spel en verzorging

Thjeu werd duivenliefhebber aan de zijde van zijn vader Zef. Hij was toen net 14 jaar oud. Zo heeft hij op zolder en de schuur van het ouderlijke huis in die jaren met duiven gevlogen en is ook in het ouderlijke huis blijven wonen. In 1975 bouwde hij nieuwe hokken op een stuk grond zo’n 100 meter verderop. Hier staan nu een ruim stenen hok met twee verdiepingen. Boven zijn drie afdelingen voor max. 32 oude weduwnaars en twee afdelingen voor 24 weduwnaars. De ramen staan dag en nacht open en de duiven. Beneden zitten de 10 koppels kweekduiven en zijn ook de weduwduivinnen ondergebracht. De jonge duiven zitten eigenlijk in een grote tweedelige ren voor het grote hok. De vloer bestaat uit roosters en de voorzijde is open.

Thjeu bouwde zijn fond kolonie op met uit het beste van bekende Nederlandse en Belgische fond liefhebbers. Als eerste was er zijn eigen oude soort van de “Kleine Blauwe” van ’67 (1e Nat. Dax) en werd er in de loop der jaren verder uitgebouwd met het beste van Toon Schouteren uit De Heen o.a. uit “David ”x “Keetje Tippel”, Huub Smeets uit Mechelen uit de “Prins”, Jan Theelen uit Buggenum uit de lijn van de “508”, André Vanbruaene uit Lauwe uit de “Marathon” en “Diplomaat”, Piet Hermen uit Geleen uit “Kleine Rode 614”, Jos Martens uit Stein uit de 1e Nat. Marseille, Hubert en Riet Jongen uit Kerkrade uit de “Lord ”x “Tessa”, Raf Luyckx uit Belsele zoon van de “Tomba” en last but not least Ko van Dommelen uit St. Philipsland lijn “Paarsborst”

In de winterdag besteed Thjeu nogal wat uurtjes om zijn kweek- en beste vliegduiven op papier te koppelen en tevens voor de vliegduiven een schema te maken welke duiven op welke vluchten ingezet worden. Hij vliegt alleen met doffers op weduwschap. Het weduwschap met duivinnen zat mogelijk ook in het toekomstige spel, doch hiervan heeft hij afgezien en blijft dus alleen met doffers vliegen.

Het koppelen van de kweekduiven gebeurt half januari en deze brengen dan drie rondes groot voor eigen gebruik. 

De vliegduiven koppelt hij half maart en van de beste vliegdoffers, waar hij in de winterdagen en goede duivin voor heeft uitzocht, worden de eitjes onder de jaarlingen geschoven die dan de jongen mogen grootbrengen en zitten daarna op weduwschap. De oude duiven worden na de eerste broed weer kort gescheiden en mogen in april nog eens enkele dagen broeden voor ze op weduwschap gaan.

In verband met een duivenmelker long is Thjeu genoodzaakt om een stofmasker te dragen als hij op de hokken vertoefd. In de winterperiode komen de duiven zoveel mogelijk los en als ze broeden hebben ze open hok. Eenmaal op weduwschap trainen ze ’s morgens en ’s avonds voor een uurtje.  

Zowel de oude als de jarige duiven gaan op de programma vluchten mee tot de eerste dagfondvlucht. Ook de tussenvluchten benut hij om de duiven in te vliegen. Een vijftal keer zijn dan allen in de mand geweest eer het grote werk begint.

In het begin laat hij soms de duivinnen even zien, vooral bij de jaarlingen. Voor het manden van een grote vlucht mogen doffer en duivin een uurtje samen. Na de vlucht varieert het van enkele uren en eventueel tot de dag erna.

Thjeu kweekt ca. 100 jonge duiven voor zichzelf en hier worden alleen de doffers opgeleerd tot ca. 350 km. Hij leert ze soms maar een enkele keer op en gaan ze direct mee naar de eerste vlucht. Voornaamste is dat ze leren en fit thuiskomen.  

Het hele jaar door heeft Thjeu twee Super Weduwschap mengelingen ter beschikking, n.l. van Versele Laga en Mariman. Deze mengt hij samen en voegt er het hele jaar, ook in de winterperiode, een hoeveelheid pinda’s, snoepzaad en P40 aan toe. In de winter zit er wel eens een beetje zuivering bij. In de vliegperiode worden de doffers in potjes in hun woonbak gevoerd en krijgen elk een lepel van deze mengeling. In het begin iets minder en na de vlucht toe iets meer. Na een kwartiertje wordt het potje leeg gemaakt.

Het hele jaar door gaat er ook twee keer per week kaneel en kurkuma over het bevochtigde voer. Een mix van grit, Vitamineral en Vitalith staat steeds ter beschikking.

Thjeu geeft ook graag een natuurlijk supplement doch bindt zich niet aan een bepaalt merk. Kwestie van een beetje zoeken of het iets toevoegt aan de gezondheid van de duiven.

Op zijn duivenstekje aan de overkant van de straat, staat een tuinhuisje met alle voorzieningen om het wachten op zijn duiven op een aangename wijze te beleven. Tot ’s avonds laat en in aller vroegte is hij present om weer een vroege duif te kunnen klokken.

Echtgenote Jeanne mogen we in deze ook niet vergeten. In de vereniging de Luchtbode in Stein verzorgt ze inmiddels al 15 jaar alle computeractiviteiten bij de wekelijkse vluchten en zorgt voor de financiële afhandelingen in de vereniging. Zij kan heel goed mee genieten van de successen van haar man.

Thjeu en Jeanne gefeliciteerd.