Frits en Mia Raats

 

In het samenspel Combinatie 90 is onze gastheer Frits Raats een van de smaakmakers op de vluchten van 100 tot 800 km. Op Gien jonge duiven (tevens 3e NPO) en Limoges oude duiven behaalde hij de overwinning in het samenspel. En vooral op de vier fondvluchten met morgenlossing vloog hij zich met een select groepje duiven in de kijker. Zo won hij in het samenspel CZ90 op Limoges 1-2-5-6 etc. (142 d), Bergerac 3-7 etc. (113 d), Cahors 2 en 8 (37 d) en op de laatste Bergerac 5 en 8 (51 d). In dit selecte groepje duiven zaten ook twee favorieten, n.l. de “129” van ‘13 en de “056” van ’14. Beiden wonnen op deze fondvluchten met morgenlossing elk vier prijzen en behaalden ze in het samenspel CZ90 het 1e en 2e duifkampioenschap fondvluchten met morgenlossing. De “129” deed er nog een schepje bovenop en behaalde in Limburg Totaal het 1e Duifkampioenschap fondvluchten met morgenlossing en in de Afdeling Limburg prijkte hij op een voortreffelijke 3e plaats. In het hokkampioenschap fondvluchten met morgenlossing behaalde Frits zowel in Limburg Totaal als Afdeling Limburg een fraaie 3e plaats.

In eigen samenspel behaalde hij verder het 1e Vitesse kampioenschap jonge duiven en werd 4e Generaal Kampioen.

Op de vier fondvluchten met morgenlossing behaalde Frits de volgende prijzen.

Limoges               2109 d.                 13 mee en 6 pr. – 13-16-34-48-269-417

Bergerac             2800 d.                 11 mee en 4 pr. – 19-65-237-380

Cahors                 1739 d.                   8 mee en 2 pr. – 76-236

Bergerac             1986 d.                   7 mee en 2 pr. – 111-183

 

 De “Donkere 129” met ringnummer NL13-1495129 zorgde voor het behalen van het duifkampioenschap op de fondvluchten met morgenlossing en dit is een geweldige prestatie. Een fijne donkere doffer, goed in de hand liggend en een fijne pluim. Voorheen had hij al laten zien de afstanden aan te kunnen door al een 22e en 758e op Limoges te vliegen tegen resp. 3702 en 3507 duiven. Dit jaar liet hij zich van zijn beste kant zien en behaalde in Limburg Totaal de volgende prijzen.

 

 

Combinatie 90

Limburg Totaal

Limoges

142 d.

5e

1.272 d

 34e

Bergerac

113 d.

3e

2.800 d.

 19e

Cahors           

  37 d.

2e

1.739 d.

 76e

Bergerac

  51 d.

8e

1.986 d.

183e

 

Zijn vader is de „Donkere 273“ met ringnummer Nl08-1857273 welke een respectabele erelijst bijeenvloog. Hij is een zoon van de stamvader “De 551” van ’00. Later meer hierover.

Zijn moeder is het “Donker 877” met ringnummer Nl04-1196877 en is afkomstig van zoon Ben.

Frits heeft en maakt van zijn duiven geen stamkaarten. Alle kweek- en vlieggegevens staan genoteerd in een groot schrift. Voor hem telt alleen de prestatie van de duif en alle theorie over de goede duif en alle franje rond stamkaarten laat hij zijn voor wat het is. De mand verteld hem wel of de duif kwaliteit heeft of niet.

 

 

Liefhebber, Hokken, Duiven, Spel en Verzorging.

Frits die binnenkort 79 jaar wordt, was al vanaf zijn jonge jaren geïnteresseerd in duiven. Weliswaar vlogen er thuis geen duiven doch tussen zijn jeugdvrienden zaten er al een aantal duivenmelkers. Naast zijn voorliefde voor duiven was zijn tweede hobby het bespelen van de contrabas en was jarenlang lid van het bekende orkest met de naam “De Falencias”. Tot 1972 was hij hiermee vele dagen in de week op tour en koos uiteindelijk voor de duiven.

Na enkele jaren op de staatsmijn Hendrik te hebben gewerkt kwam hij in de horeca terecht. Eerst als vertegenwoordiger, later als café-baas van café “Glück Auf” in Heerlenheide. Daar was toen ook de duivenvereniging, De Jonge Liefhebbers, gevestigd waar hij ook lid van was.  Al snel zaten er duiven op de grote zolder en werd hij duivenliefhebber. Een echte duivenmelker was hij toen nog niet, toch won hij in 1982 een 1e Prov. Bergerac en won diverse kampioenschappen. In 1986 nam hij café “De Pint” over, gelegen aan de Molenberg. Ook hier was de plaatselijke duivenvereniging gehuisvest. Al snel zaten ook hier weer duiven. In 1990 zocht hij zijn stek aan de Heufkestraat in Brunssum en twee jaar later baatte hij het café “ ’t Heufke” uit waar ook weer een duivenvereniging was gehuisvest.

In 1994 hing hij voor goed de schort als cafébaas aan de haak en ging zich steeds meer toeleggen aan zijn grote hobby ‘de duivensport’. Nu had hij tijd in overvloed en kon rekenen op de hulp van zijn charmante partner Mia, eveneens uit een  duivenmelkers familie.

Achter de woning aan de Heufkestraat bouwde hij een eenvoudig tuinhok van 9 meter, welk verdeeld is in vier afdelingen. Geheel links zitten de weduwduivinnen op een afdeling voorzien van kapelletjes. Daarnaast zitten de weduwnaars in een afdeling met 16 bakken. Rechts van de ingang twee afdelingen voor de vroege- en zomerjongen. Eenvoudige en schone hokken waar de duiven goed op presteren. Tegen de achterwand van de garage staat een hokje met twee afdelingen. Een afdeling met ren voor de 8 kweekkoppels en een afdeling voor de 9 koppels welke hoofdzakelijk bestemd zijn voor de dagfondvluchten en de fondvluchten met morgenlossing. Door alle afdelingen gaat eenmaal daags de krabber en borstel.

 

“De 551”

De blauwe witpen, de “551” is de rode draad door de kolonie van Frits. In de periode dat Frits cafébaas was leerde hij Huub Smeets uit Heerlenbaan kennen en beiden werden goede vrienden. Frits kwam er later wekelijks over de vloer om over duiven te klappen en hem gezelschap te houden. Huub Smeets had een super doffer, nl. de “151” met ringnummer NL00-2422551 die een geweldig palmares had en wekelijks aan de top vloog. Frits was een beetje verkikkert op deze doffer en uiteindelijk verhuisde hij naar Brunssum en werd de stamvader van het hok. Kinderen en (achter)kleinkinderen vlogen eerste prijzen en behaalden kampioenschappen aan de lopende band.

* Zo werd de “159” van ’07 Asduif in de CC in 2007 en tevens behaalde hij een plaats in de rubriek “Asduivenparade” in het Spoor der Kampioenen. Langs moederskant een kleinzoon van de “551

* Dan de “291” van ’08 welke,  afgelopen jaar na het behalen van zijn 9e prijs op Sens zijn Waterloo vond. Hij vloog in zijn vliegcarrière eventjes 134 prijzen bijeen. (U leest goed, 134 prijzen zonder  dubbeling). Het is weer een kleinzoon van de “551”. Met weemoed denkt Frits nu nog vaak terug aan zijn “291”. Een uitzonderlijke duif.

* De duivin “095” van “14, dochter van de “159”, vloog al 3 eerste prijzen in de CC 90.

* De bovenvernoemde “129” Duifkampioen Morgenlossing CC90 en Limburg Totaal.

En zo kunnen we nog even doorgaan.

Verder haalde Frits in de loop der jaren uit de beste duiven van zoon Ben Raats en zitten er afstammelingen van duiven van Jo Haagmans en Nic Konings uit Hoensbroek. Verder van Jef Franssen uit Amstenrade.

En zit er nog een duivin van ’15 van het Belgische kampioenentrio Gebr. & Kenny Raets uit Kortessem. Het duifje welk de 1e prijs Gien won in CC90 (3e Prov) is er een jong van.

 

Frits doet met zijn 8 kweekkoppels aan winterkweek en koppelt deze begin december. Voor eigen spel brengen ze drie rondes groot. De 25 vliegkoppels koppelt hij begin januari zodanig dat hij de eitjes van de tweede ronde van de kweekduiven kan overleggen. Van de beste vliegduiven kweekt hij ook een koppel jongen. Zodra de jongen 18 tot 20 dagen zijn gaan de met de duivin naar de afdeling voor de jonge duiven en blijven ze gescheiden om op dubbelweduwschap gespeeld te worden. De duivinnen zitten tijdens het speelseizoen in de afdeling met kapelletjes en vliegen ook in en uit vanaf deze afdeling.

Trainen doen de doffers en duivinnen twee maal daags voor een half uur tot drie kwartier met gesloten klep.

Voor het seizoen lapt Frits de oude duiven een tweetal keer op 10 km. Elke groep afzonderlijk en mogen dan even samen om het spel  te leren.

Voor het inmanden mogen ze steeds een kwartiertje samen en na de vlucht vanaf een uur tot de volgende dag, afhankelijk van de zwaarte van de vlucht.

De duiven welke voor de dagfond resp. morgenlossing bestemd zijn, gaan vanaf het begin van het seizoen om de twee weken mee. Een week de doffers en een week later de duivinnen. De overige vliegduiven gaan wekelijks mee. Dit maakt het voor Frits wat makkelijker.

De 60 tal jonge duiven gaan eenmaal daags los en worden vanaf begin mei verduisterd tot de langste dag. Daarna worden ze tot het einde van het seizoen bijgelicht van 19 tot 23 uur. De jonge duiven blijven samen en mogen een nestje maken, doch geen jong azen. Zij worden een 6 tal keer voor de vluchten weggebracht tot ca. 30 km.

 

De toekomstige vliegduiven, net gekoppeld.

 

Het hele jaar door staat er voor de duiven een afgepaste hoeveelheid voer ter beschikking en dit is Rui/Winter van de fa. Havens. Alleen als tijdens het vliegseizoen de afstanden groter worden voert Frits de laatste dagen Weduwschap mengeling in ruimere mate. Daarbij een handje P40 en enkele pinda’s in de woonbak. Wekelijks de vitaminen Farvisol van dr. Boskamp in de drinkpan. Na thuiskomst lookolie en biergist over het voer.

Als de duiven broeden, krijgen ze een geelkuurtje van 6 dagen en tijdens het vliegseizoen om de 6 a 8 weken een tweedaagse geelkuur of twee dagen een geeltablet. Verder niets voor de luchtwegen o.d.

Met zijn stammetje duiven opgebouwd rond de “551” en een goede en eenvoudige wijze van verzorgen vliegt Frits al vele jaren op een voortreffelijke wijze. Het is de duif die het met een goede en eenvoudige verzorgingsmethode moet doen, is de heilige overtuiging van Frits.

We waren op bezoek bij een gepassioneerde en gedreven duivenliefhebber die samen met zijn Mia weer mag genieten van een prima seizoen en beiden zullen er het komende jaar weer staan. De duiven zagen er weer puik uit.

Frits en Mia een proficiat.