Op de laatste ZLU wedvlucht vanuit Perpignan mande de Nederlandse liefhebbers het grootste aantal duiven in van alle deelnemende landen, namelijk 4.789 duiven.

Hierbij waren er 724 duiven door 114 Limburgse melkers ingemand.

Internationaal stonden er 14.930 duiven in concours.

Gelost werd er op vrijdag 4 aug. om 7 uur met een veranderlijke wind van noord-west naar west. De eerste gemelde duif in Frankrijk in Heutregiville maakte een snelheid van 1110 m/min. op een afstand van 753 km. In Nederland verscheen op de meldlijst van de ZLU de eerste melding even voor half negen. Jo en Frans Pöttgens uit Kerkrade hadden hun favoriet om 20.22 geklokt op een afstand van 949 km en een snelheid van 1183 m/min. Het werd een lange wachttijd voor de broers of ze nationaal zouden gaan winnen.

Perpignan was weer een vlucht waar toch weer drie duiven de neutralisatie tijd aan hun laars lapten en in de nachtelijke uurtjes hun hok bereikten. Deze drie duiven waren aangekomen in de nachtelijke uren tussen 1.27 uur en 2.37 uur op de verdere en verste afstanden. Het rekensysteem, welke wordt toegepast bij aankomsten in de neutralisatietijd van het concours, deed hen naar plaats de 4e verwijzen.

Voor velen zijn Jo en Frans de morele winnaars van deze ZLU vlucht.

Uiteindelijk nationaal en internationaal winnaar werd Pieter Woord uit Urk die zijn “Leontine” om 1.27 klokte op de verste afstand van 1135 km en behaalde hiermee een berekende snelheid van 1229 m/min .

Jo en Frans hadden vier doffers mee en in Limburg Totaal winnen ze vier prijzen, te weten 1-87-162 en 171. Nationaal waren ze goed voor de prijzen 4-509-816 en 846 en ook internationaal staan ze op een voortreffelijke 4e plaats.

 

 

De “Rhônevlieger 2017”

De “Rhônevlieger 2017” draagt het ringnummer Nl12-1898904 en was duidelijk de favoriet van Jo en Frans voor deze ZLU vlucht Perpignan. Op de loodzware Barcelona van dit jaar toonde hij al zijn forme en won hij de 35e Nationaal tegen 4.504 duiven.

Op zijn palmares staan verder een 840e Nat. Narbonne ’14 (6.650 d) – 1722e Intern. (12.528 d), 2679e Intern. St. Vincent ZLU ’15 (10.737 d), 438e Nat St. Vincent ZLU ’16 (3.387 d).

Als pieper ontsnapte hij gelukkig aan de klauwen van een roofvogel.

Vader is het “Juweeltje” Nl09-1528268 welke ze kochten op de feestavond van de “1000 km vrienden” en was geschonken door Fons van Ophuizen uit Landgraaf.

Moeder is de “009” kweekduivin en zij is afkomstig van ZLU voorzitter Eddy Hoedemakers uit Geleen.

Zie verder de stamkaart.

 

Liefhebbers, Duiven Spel en Verzorging

Op het erf “Op der Littenberg” wordt al duivensport bedreven sinds 1918. Oom Piet begon in 1918 op 11 jarige leeftijd al met enkele duifjes welke hij ondergebracht had op de vliering van het varkenstalletje. Later kwamen de duiven van oom Piet naar het huidige adres waar vader Wiel woonde en vlogen ze vanaf hokken op de zolder van het schuurtje en de schoenmakerij en verder vanaf een tuinhok. Oom Piet en vader Wiel waren jaren de uitblinkers op de programmavluchten en vooral op de dagfond. Jo en Frans kregen de duivensport dan ook met de z.g. paplepel binnen en ook zij waren al vrij jong enthousiaste duivenmelkers. Ze hielpen vader en oom overal waar ze konden en na het afsluiten van hun studie werden Jo en Frans actiever in de duivensport. Toen oom Piet in 1988 overleed, namen Jo en Frans het roer op de hokken over en kregen daarbij hulp van vader en duivenmelker Piet Arets. In hun spel bleven ze de nadruk leggen op de eendaagse fondvluchten en wisten hoge toppen te scheren met het oude soort van oom Piet welk opgebouwd was rond het kweekmoedertje “Het Spitz”.

Vanaf 1988 werd het rode soort van Jeu Vervuurt uit Horst ingevoerd (lijn “Jong Hartje”) om te kruisen met hun eigen stam en zich op deze wijze op het pad van de grote fond te begeven. En de kruising slaagde wonderwel want in 1991 wonnen ze Prov. Argenton om in 1993 de 1e Nationaal en de 2e Internationaal Marseille te winnen. Ze bleven verder opbouwen en in 2006 haalden ze diverse duiven bij de combinatie Vrösch-Meyers uit Heerlen uit de lijn van de “Rambo Barcelona” van Fons van Ophuizen. Uit diezelfde lijn kwam ook de vader van de “Rhônevlieger” welke ze kochten op de feestavond van de 1000 km Vrienden.

In 2010 brachten ze een bezoek aan Anton en Lucie van der Wegen uit Steenbergen en kwamen diverse duiven uit de oude lijnen van vader Janus van der Wegen.

In datzelfde jaar kwamen er ook duiven van Eddy Hoedemakers uit Geleen. Alleen de overlast van de kromsnavel was in die jaren een groot struikelblok. In 2011 gingen ze noodgedwongen naar Eddy Hoedemakers terug, gezien de eerste aanschaf haast allen ten prooi waren gevallen aan de roofvogels. Verder kwam er nog iets van de combinatie Hendriks-Meyberg uit Heerlen en Ruud Botterweck uit Mechelen.

Hieruit formeren ze hun 8 kweekkoppels.

 

Jo en Frans zijn niet alleen broers van elkaar, doch ze wonen ook naast elkaar en in hun gezamenlijk fraaie tuin staat het vlieghok bestaande uit 5 afdelingen. Drie hiervan zijn bestemd voor de 28 weduwnaars en twee voor een 40 tal jonge duiven. Tussen de jonge duiven zitten momenteel ook een 12 tal paters als reserve. Een afdeling voor de jonge duiven zal in de toekomst dienst gaan doen als kweekafdeling. De weduwduivinnen zijn ondergebracht in het tuinhuisje.

Jo en Frans verrichten de alledaagse taken op en rond het duivenhok gezamenlijk, terwijl Frans verder zorgt voor de administratie.

Ze koppelen hun kweek- en vliegduiven rond 20 maart en kweken uit hun kweekduiven een 40 tal jonge duiven in meerdere rondes. De jonge duiven worden in hun geboortejaar niet opgeleerd.

De vliegduiven brengen allen een jong groot waarbij de duivin wordt weggenomen als het jong ca. 18 dagen oud is. De doffers worden zelf, als het weer het toelaat, een viertal keer weggebracht tot ca. 30 km en gaan daarna mee op de wedvluchten. De jaarlingen gaan mee tot ca. 400 km en enkelen gaan mee op een morgenlossing.

De tweejarige gaan mee op twee ZLU vluchten en de oudere op twee en soms op drie ZLU vluchten. Tussen de vluchten is er minimaal drie weken rust. Zouden ze een vlucht overslaan dan gaan de duiven wel eens mee naar de tussenvlucht vanuit Rethel.

De weduwnaars trainen twee maal daags ongedwongen voor een uur. Jo en Frans observeren hun duiven graag en door in de buurt te zijn kunnen ze ook een mogelijke aanval van een luchtrover verijdelen.

Als voer hanteren ze twee mengelingen. Eerst een licht voer, welk is samengesteld uit 1 deel zuivering en 1 deel gerst. Daarnaast een zwaarder voer welk een mix is van gelijke delen van drie goede vliegmengelingen. (Versele Laga, Spinne en Vanrobaeys).

De eerste twee a drie dagen na een vlucht krijgen de weduwnaars het lichtere voer.

Daarna wordt er voor de helft van de mix van de vliegmengelingen toegevoegd. Alles moet worden opgegeten. De laatste drie a vier dagen voor de vlucht krijgen ze dan volle bak van de mix van de vliegmengelingen. Hierbij wordt dan een handje snoep en extra maïs gegeven. In de rustperiode tussen twee vluchten geven ze een dag Toliamine en BMT over het voer.

Voor het seizoen gaan ze voor een controle bij dr. Vincent Schroeder en alleen op diens advies wordt er iets gegeven. Tijdens het seizoen worden geen medicijnen verstrekt en mocht er iets niet in orde zijn dan raadplegen ze dr. Schroeder.

Van oom Piet kregen ze steeds de raadgevingen te zoeken naar duiven welke van nature uit gezond zijn en dit zonder medicatie kunnen blijven. Daarbij te selecteren op duiven welke goed en evenwichtig gebouwd zijn, een fijne zachte pluim hebben en een goede uitstraling.

Ondanks dat Jo en Frans veel jaren te kampen hadden met grote verliezen t.g.v. de kromsnavel en haast geen jonge duiven meer overhielden. Ze gaven de moed niet op en sinds ze beiden gepensioneerd zijn en tijdens de trainingen van de duiven in de beurt zijn, kunnen ze de aanvallen soms verijdelen en zo de verliezen beperken. Hun doorzettingsvermogen werd dit jaar dan ook beloond door een klinkende prestatie.

Jo en Frans proficiat.