Voor het eerste jaar organiseerde Limburg Totaal ook een Duif- en een Generaal kampioenschap voor de ZLU vluchten in provinciaal verband. Beide kampioenschappen werden gewonnen door Mathieu (Thjeu) Cox uit de Zuid Limburgse gemeente Stein, gelegen aan het Julianakanaal.  

Naast het 1e Generale Kampioenschap ZLU en 1e Duifkampioenschap ZLU wint Thjeu nog het 9e Duifkampioenschap ZLU en werd 3e Generaal Kampioen Grote Fond en 11e Hokkampioen op de morgenlossingen in Limburg Totaal. In de nationale competitie WHZB/TBOTB  “Beste ZLU Duif” wist hij eveneens beslag te leggen op de 1e plaats en dit met zijn “Kleine Barcelona”.

Bij de ZLU kampioenschappen stond Thjeu dit jaar op de volgende plaatsen gerangschikt:

19e plaats in het Keizerschap over 6 vluchten (excl. Agen) - 9e in de Peryneeen Cup - 22e plaats in de Super Prestige.

Bij de ZLU Asduiven staat hij op een - 14e plaats bij Pau over drie jaar en op een 6e plaats bij Pau over vier jaar. Verder de 17e plaats bij St. Vincent over drie jaar en heeft de 23e Asduif Narbonne over drie jaar. En werd hij Euregionaal winnaar Barcelona.

Enkele uitslagen op de ZLU vluchten in Limburg Totaal.

 

Wedvlucht Aantal LT Mee Uitslag LT Uitslag Nationaal

Pau

400

5

2-107-122

149-343-475 (3526 d)

Agen Jrl

1257

5

5-121

33-593 (5935 d)

Agen Oud

998

6

152-170

666-809 (6219 d)

Barcelona

912

5

2-107-122

6-498-557 (4504 d)

St. Vincent

343

5

4-45

94-505 (3037 d)

Marseille

642

5

36-110

121 (2528 d)

Narbonne

836

5

5

8-419 (4566 d)

Perpignan

724

6

45-81-124-130

278-467-689-707-954 (4789 d)

 

 “De Kleine Barcelona”

Deze kleine donker kras doffer welke zowel in Limburg Totaal als in de Nationale competitie Whzb/Tbotb de eerste plaats behaalde van de beste ZLU Duif luistert naar de naam de “Kleine Barcelona” en draagt ringnummer Nl14-1350772. Dit kampioenschap behaalde hij met de volgende prijzen, 2e Prov (912 d) en de 6e Nat. Barcelona (4504 d) en 8e Prov (836 d) en de 8e Nat. Narbonne (2528 d).

Eerder vloog hij al een 369e Prov. Cahors (3.173 d), 535e Prov. Valence (2.316 d), 103e Prov. Limoges, 1346e Nat. Agen, 151e Nat. Marseille (3.320 d) enz.. 

Vader is de “681” van ’02 en is een zoon van de “Marseille” (4e Nat. in ’97).

Gr. vader is de “De Marseille” van ’92 met o.a. een 4e Nat. Marseille, 16e Nat. Marseille, 34e Nat. Barcelona, 61e Nat. Pau enz. De “Marseille” is uit een zoon-kleindochter koppeling naar de “415”, de Toon Schouteren doffer met inbreng van het soort van Huub Smeets uit Mechelen en André Vanbruaene uit Lauwe.

Gr. Moeder is het “702” van ’98 en zij is eveneens een kleindochter van de “415”

Moeder is het “Kras 660” van ’07

Gr. Vader de kraswitpen “202” van ’99. Op zijn erelijst staan o.a. 186e Nat. Marseille, 211e Nat. Perpignan, 372e Nat. Marseille enz. De “202” is weer een zoon van de “Marseille”

Gr. moeder het “Rood 880” van Piet Hermens uit Geleen, dochter uit de “614” 

 

 

Liefhebber, Hok, Duiven, Spel en Verzorging.

Voor Thjeu, inmiddels de 75 gepasseerd, begon de duivensport toen hij 14 jaar oud was. Na het verlaten van de schoolbanken koos hij voor een werkplek in een staalconstructie bedrijf in het havengebied van Stein. De laatste 25 jaar werkte hij in de buitendienst van de gemeente Stein. Vader Zef was in die tijd met de duivensport gestopt en toen Thjeu zijn werkplek had gevonden kreeg hij interesse in duiven. In 1956 werden er duiven teruggehaald en op de hokken van vader geplaatst. Ook vader kreeg weer interesse en zowel op zolder van het woonhuis als op de aangrenzende schuur vlogen al snel weer duiven. Na zijn huwelijk met Jeanne bleef Thjeu in het ouderlijke huis wonen en zijn duiven zaten toen op zolder.

In 1975 bouwde hij op een stukje grond, een honderdtal meters verderop, hetgeen familie eigendom was zijn huidige hokken. In verband met een duivenmelkerlong is het voor Thjeu helaas noodzakelijk om een stofmasker te dragen als hij in de nabijheid van de duiven is en bezig is met het verzorgen, inmanden enz.

Echtgenote Jeanne heeft steeds gewerkt als adm. medewerkster en maakte de ontwikkeling van de typemachine naar de PC mee. Deze ervaring nam ze mee naar de vereniging de Luchtbode in Stein. Hier verzorgt ze inmiddels al 13 jaar alle computer activiteiten rond het vluchtgebeuren, m.u.v. de ZLU vluchten. Ook is ze al weer een jaartje penningmeester. 

Heel luchtige hokken.

Zoals eerder vermeld was in de plaats op zolder van het ouderlijke huis te klein om zijn duivenbestand uit te bouwen en kon hij in 1975 op het stukje grond in de nabijheid van zijn huis een nieuwe hokinstallatie bouwen. Er verrees een ruim stenen hok waar op de bovenverdieping drie afdelingen zijn voor de max. 32 oude weduwnaars en twee afdelingen voor de max. 24 jaarlingen. Op de begane grond zitten de 10 koppels kweekduiven en zijn er drie afdelingen voor de weduwduivinnen. Verder zijn er op de begane grond onlangs twee afdelingen (rechterzijde) voor het spel met doffers en duivinnen weer in gebruik genomen.  Voor alle afdelingen is een loopgang over de gehele lengte.

Het hok is gedekt met boomse pannen en aan de voorzijde is een glasstraat over de gehele lengte aangebracht. Aanvankelijk werd er gewerkt met schuiven in het plafond. Nu is de strook aan de voorzijde open en zijn de ramen voorzien van windbreekgaas. De ramen staan dag en nacht open en de duiven zagen er perfect uit. In de rui- en winterperiode ligt er op de vlieghokken een dikke laag beukensnippers. In de vliegperiode wordt er dagelijks gepoetst. De kweekduiven beschikken over een ren. Ook voor de afdeling waar komend jaar het dubbel weduwschap wordt gespeeld is voorzien van een ren. Deze rennen zijn voorzien van vloerroosters. De jonge duiven zijn ondergebracht is een tweedelig hok/ren en staat voor het grote hok. Hier is de voorzijde open. Op de vloer ook weer roosters en aan de voorzijde is zijn twee halve verzendmanden aangebracht waaraan drinkbakjes zijn aangebracht. Zo kunnen de jonge duiven leren drinken in de manden.

 

 

Op zoek naar het beste

In zijn beginjaren speelde Thjeu eigenlijk op alle vluchten mee, van Vitesse tot fond. Doch zijn werkomstandigheden deden hem in 1982 besluiten om over te stappen naar de grote fondvluchten.

* Zijn eerste aanschaf deed hij in het café van Jantje Theelen uit Buggenum, waar late jonge duiven werden verkocht van Toon Schouteren uit het Zeeuwse dorpje De Heen. Hier kocht hij de “415” van ’82, een zoon van de “David”x “Keetje Tippel”. In haast al zijn goede duiven komen we deze “415” een of meerdere keren tegen. Wie kent de “Mozes” en “Saar” van Toon Schouteren niet.

* In Heerlen hield fondvedette Huub Smeets uit Mechelen een verkoop van laatjes en Thjeu kocht er een dochter van de bekende “Prins” van ‘67, zoon van de “Barcelona” van ’60 (4e en 11e Nat. Barcelona). Later haalde hij in Mechelen diverse duiven en eitjes uit de lijn van de “Prins. Ook deze Smeets duiven zorgden voor een reeks succesvolle duiven.

* Bij Jan Theelen haalde hij een zoon uit de topper de “508” en slaagde er wonderwel mee.

* Van zijn oude soort hield hij de lijn van de “Kleine Blauwe” welke in 1967 de 1e Nat. Dax vloog, in tact en deze lijn komt heel vaak terug in de topduiven.

* Bij grootmeester André Vanbruaene, de stierenvechter uit Lauwe, haalde hij een zoon van de “Marathon” en een zoon van de “Diplomaat”

* Bij Piet Hermens uit Geleen kwam een rode duivin vandaan, de “880” van ’06. Zij stamt uit de “Kleine Rode 614” van ’04 (Theelen x Hoedemakers) De “Kleine Rode” vloog een 3e Prov. Cahors, 5e Prov. Bergerac, 40e Prov. St. Vincent in Geleen en later bij zoon Jos in Slek-Echt een 5e Prov. St. Vincent, 10e Prov. St. Vincent en 31e Prov. Tarbes.

* Verder werden er duiven geruild met plaatsgenoot Jos Martens uit Stein en kwamen er twee zusjes van diens 1e Nat Marseille.

* Bij Hubert en Riet Jongen uit Kerkrade iets goeds uit de “Lord” x “Tessa”. Hieruit kweekte Thjeu zijn “Pierre”. Als Jaarling liep de “Pierre” na Bergerac binnen bij Pierre Simons uit Roosteren (vandaar zijn naam) en zat er een tijdje tussen de duivinnen. Eenmaal terug op het hok ging hij als twee jarige weer de mand in en met succes. Hij won daarna o.a. de 101e Nat. Tarbes (8.707 d), 32e Nat. Narbonne (4.515 d), 510e Nat. Pau (3.020 d), 557e Nat. Pau (3.433 d), 104e Nat. St. Vincent (3.714 d), 838e Nat. Narbonne (5.338 d), 51e Nat. Narbonne (5.042 d) enz.

* Naar aanleiding van een reportage in de Fondkrant toog Thjeu naar ‘Mister Olympiade’, met name Raf Luyckx uit Belsele en wist er een zoon van de “Tomba” van Luyckx, beste Internationale Barcelona duif tussen 1995 en 2003, te bemachtigen. Hieruit kweekte Thjeu o.a. zijn “Blauwe Jo” en “De Blauwe”.

 De “Blauwe Jo”, vloog o.a. 3e Nat. Agen (5.910 d), 44e Nat. Marseille (3.610 d), 39e Nat. Barcelona (5.239 d) 32e Nat. Perpignan (4.027 d) enz.

“De Blauwe” vloog o.a. 996e Nat. Barcelona (5.183 d), 24e Nat. Narbonne (5.338 d), 14e Nat. Barcelona (5.239 d), 155e Nat. Narbonne (5.042 d) enz. 

* Recente aanwinsten komen van de Zeeuwse vedette Ko van Dommelen uit St. Philipsland

Als nieuwe inbreng gaat de voorkeur van Thjeu uit naar laatjes uit het beste van die betreffende liefhebber. Late jongen zijn toch makkelijker te verkrijgen en blijven veelal betaalbaar, meent Thjeu.

 

De duiven op winterrust en aan de boerenkool

Traditioneel- en dubbel weduwschap.

In de winterperiode besteed Thjeu heel veel tijd en aandacht in het samenstellen (op papier) van zijn kweekkoppels en welke duivinnen er gekoppeld zullen worden tegen zijn beste oude vliegdoffers om er een koppel jongen uit te kweken. Met betreffende duif in zijn gedachte en de stamkaart in zijn handen tracht hij de beste koppeling te maken. Graag doet hij zijn kweekduiven omkoppelen om zo de geschikte combinatie te kunnen ontdekken. Daarnaast maakt hij een schema voor de alle oude duiven om zo vast te leggen op welke Provinciale/Nationale resp. ZLU vluchten welke duiven zullen worden ingezet. 

Dit schema tracht hij tijdens het vliegseizoen zo veel mogelijk aan te houden. Zo staat o.a. vast dat de duiven welke naar Barcelona gaan, vooraf Limoges vliegen en achteraf een Narbonne of Perpignan. Ook staat genoteerd dat elke jaarling twee van de drie fondvluchten met morgenlossing vliegt. Soms is er een kleine aanpassing nodig. Thjeu mand per fondvlucht veelal maar vier of vijf duiven in. De 10 kweekkoppels worden half januari gekoppeld en brengen zelf drie ronden jongen voor eigen gebruik groot.

De vliegduiven koppelt hij half maart en van de beste vliegdoffers, waar hij in de winterdagen en goede duivin voor heeft uitzocht, worden de eitjes onder de jaarlingen geschoven die dan de jongen mogen grootbrengen. De oude duiven worden dan kort gescheiden en mogen in april nog eens enkele dagen broeden voor ze op weduwschap gaan. De jaarlingen worden weduwnaar nadat ze de jongen hebben grootgebracht.

Thjeu laat in de winterdagen zijn duiven, ondanks het roofvogel gevaar,  toch dagelijks los mits het redelijk weer is. Als ze dan op nest zitten mogen ze er de hele dag uit. Eenmaal op weduwschap trainen ze ’s morgens en ’s avonds voor een uurtje. Thjeu is geen man van de klok, doch enige regelmaat houdt hij aan. Hoe hij de duivinnen welke op dubbel weduwschap gaat spelen inpast in het dagelijkse trainingschema moet hij nog even overdenken. Zowel de oude als jarige duiven gaan op de programma vluchten mee tot Bourges. Om niet elke week met volle manden te moeten sjouwen, zet hij ook op de tussenvluchten duiven in. Een vijftal keer zijn dan allen in de mand geweest eer het grote werk begint.

In het begin laat hij soms de duivinnen even zien om vooral de jaarlingen te laten wennen aan het weduwschap systeem. Voor het imanden van een grote vlucht mogen doffer en duivin een uurtje samen zijn. Na de vlucht enkele uren of eventueel tot de dag erna. Na de laatste wedvlucht Perpignan wordt er geselecteerd en de jaarlingen krijgen een bak in de afdeling van de oude duiven. Ze mogen dan een jong grootbrengen en nog enkele dagen op eitjes broeden vooraleer ze gescheiden worden. De woonbakken worden schoon gemaakt en ontsmet (Dettol). De duiven worden gescheiden en kunnen op zitschabjes rusten. Vanaf november wordt er maar eenmaal daags gevoerd omstreeks twee uur. Is het weer oke, dan gaan ze dagelijks los.

Thjeu kweekt ca. 100 jonge duiven voor zichzelf en hiervan worden alleen de doffers opgeleerd tot ca. 350 km. Hij leert ze soms maar een enkele keer zelf op en gaan ze direct mee naar de eerste vlucht. Voornaamste is dat ze leren en fit thuis komen. Ook zij krijgen dezelfde mengeling als de oude duiven.

Voeding en voedingssupplementen.

Het hele jaar door heeft Thjeu twee Super Weduwschap mengelingen ter beschikking, n.l. van Versele Laga en Mariman. Deze mengt hij samen en voegt er het hele jaar, ook in de winterperiode, een hoeveelheid pinda’s, snoepzaad en P40 aan toe. In de winter zit er wel eens een beetje zuivering bij en hangt er een boerenkool op het hok zoals op de foto te zien is. In de vliegperiode worden de doffers in potjes in hun woonbak gevoerd met een lepel van deze mengeling. In het begin iets minder en na de vlucht toe iets meer. Na een kwartiertje wordt het potje leeg gemaakt.

Het hele jaar door gaat er ook twee keer per week kaneel en kurkuma over het bevochtigde voer. Een mix van grit, Vitamineral en Vitalith staat steeds ter beschikking. Thjeu geeft ook graag een natuurlijk supplement doch bindt zich niet aan een bepaalt merk. Kwestie van een beetje zoeken of het iets toevoegt aan de gezondheid van de duiven.

Tenslotte

We waren te gast bij een groot fondkampioen uit het Limburgse duivenland. Op zijn duivenstek aan de overkant van de straat is hij de koning te rijk. In zijn tuinhuisje beleefd en geniet hij van de aankomsten van zijn vroege duiven die in de late avond of vroege morgen het hok weten te bereiken. Dromen werden er werkelijkheid.    

Thjeu proficiat.