Zoals U in de reportage van de nationale winnaars van Agen ZLU bij de oude duiven, Harry en Roger Wijnands uit Maastricht heeft kunnen lezen werd de lossingsplaats van Agen verplaats naar Beaumont-de-Lomagne, een zuidoostelijk verplaatsing van meer dan 50 km.  In Beaumont-de-Lomagne werden de duiven op vrijdag om 8 uur gelost gezien er een laaghangend wolkendek vroeger lossen niet mogelijk maakte. De vluchtlijn was verder heel goed.

Met de oosten- tot noordoostenwind was het voor de meeste duiven aanpoten om de dag van lossing het hok te bereiken. 24.850 duiven werden gelost waarbij 4776 Nederlandse jarige duiven zaten.

De eerste melding kwam zoals verwacht uit Frankrijk en dat land neemt dit jaar voor de eerste keer (officieel) aan Agen deel. Om 20.10 uur werd een oude duif geklokt in Aix-Nolette en dat dorp ligt in de noordwesthoek van Frankrijk. Op 737 km klokte daar Jean-Paul Balcaen zijn tweejarige doffer met veel Nederlands fondbloed in de aderen. Hij kwam tot een snelheid van 1009 m/min. De eerste Belgische (jarige) duif werd om 21.19 uur geklokt door vader en zoon Vandemeulezijbroecke in Saint Léger en dat dorp ligt tussen Kortrijk en Doornik. Op 777 km kwam hun rode doffer tot een snelheid van 961 m/min. Goed voor de internationale zege in de categorie jaarlingen.

De eerste dag bleken in Nederland geen duiven hun hokken te kunnen bereiken. De eerste oude duif melde Harry en Roger Wijnands om 5.46 en de eerste jaarling viel om 6.05 uur op een grotere afstand van 911 km. Het was Ed Fortuin in het Zuid-Hollandse Strijen die een jarige duivin klokte aan een snelheid van 962 m/min.

De eerste jaarling in Limburg viel bij Albert Beunen uit Ohé en Laak. Albert had 6 jaarlingen mee en zijn vierde getekende arriveerde om 7.08 uur en had de afstand van 881 km overbrugt met een snelheid van 872 m/min en werd zodoende winnaar in Limburg Totaal tegen 856 d. (niet officieel) Nationaal zal hij eindigen op plaats 4 tegen 4776 duiven. Verder klokte Albert nog twee jaarlingen om 10.26 en 10.49. Zijn eerste oude, van de 6 ingemande, meldde zich om 10.11 uur en verder om 10.58 en 11.55 uur.

“De Rode Agen”

is de jaarling die bij Limburg Totaal won en draagt ringnummer Nl17-1426675. Albert was al om 5 uur present rond de hokken. Toen hij rond 7 uur terugkwam van de verzorging van de kweekduiven, was de “Rode Agen” al geregistreerd. Hij had zijn baas verrast en vroeg present, doch helaas miste Albert zijn aankomst. Al vroeg op en toch nog verrast.   

De “Rode Agen” werd als jong van de derde ronde opgeleerd op de nalijn. En nu als jaarling ging hij alle vluchten mee tot Gien en werd zijn eerste fondvlucht Agen ZLU. Meteen gaf hij zijn visitekaartje  af. Voor dit seizoen blijft hij verder thuis.

Vader is de “Kras 896” van ’15 en is afkomstig van Geert Storms eveneens wonende in Ohé en Laak en werd door Albert direct op het kweekhok geplaatst.

Gr. Vader is de “Broer 012” van Geert Storms en is een kleinzoon van de “499” welke 11 x prijs vloog op de overnachting met o.a. 12e nat Dax ’88. (Beunen x Grispen)

Gr. Moeder is de “77” duivin afkomstig van SG Kampmann-Kummer Übach-Palenberg en een dochter van de “336” met o.a. 25e Nat. Pau en 53 Nat. Tarbes

Moeder is “Het Rood 386” van ’14 van eigen kweek.

Gr. Vader is de “Gebroken Vleugel” welke o.a. een 34e Nat Bordeaux (13848 d) en een 160e Nat. Tarbes (8707 d) vloog. (Beunen x Brouwers & Zn.)

Gr. Moeder is “Het 118” en is afkomstig van Sjaak Van der Velden en Zn uit Breskens. Dochter van de “Blauwe 34” met o.a. een 9e Nat. Pau en 98e Nat. Narbonne. 

Spel en verzorging

Albert komt uit een echte duivenmelkersfamilie. Vader Harry en broers Toon en Sjra waren echte duivensjarels en het zou vreemd zijn als de kinderen niet besmet raakten. Albert had ook in zijn jeugd al duifjes samen met zijn schoolvriend. In 1981 werd het pas serieus en werd hij duivenliefhebber aan de Beatrixstraat. In 1998 verhuisde hij naar zijn ouderlijke huis terug welk werd gerenoveerd. Achter in de tuin bouwde hij meteen een 20 meter stenen hok in L-vorm. Hierop zijn 8 afdelingen voor max 72 weduwnaars. Dit seizoen waren dit er 55, waarvan de helft jaarlingen. Dan zijn er twee afdelingen voor een 85-tal jonge duiven en zijn er 20 kweekkoppels ondergebracht. Voor zijn verhuizing had hij de vliegduiven verkocht en de kweekduiven behouden. Zo kon hij in 2000 zijn spel weer hervatten met de jonge duiven.

Albert heeft sinds zijn start altijd een voorliefde gehad voor de fondvluchten en haalde hiervoor zijn eerste duiven bij Albert en Willy Simons en Pierre en André Paulssen, beiden uit Roosteren. Het waren veelal afstammelingen uit de Van der Wegen duiven zoals uit het “Oud Doffertje I” Dit soort zit er nog steeds in verweven. In de loop der jaren haalde hij duiven bij voor te kruisen en deze kwamen van o.a. Geert Stroms Ohé en Laak, die ook het soort van Albert had zitten, Karel Hilkens Echt (soort Cor van der Vin, en Cramers), neef Ruud Beunen Ohé en Laak waar hij weleens een duif mee ruilt. Frans Heynen Echt waar hij ook iets terugkreeg van eigen soort. Af en toe koopt hij een bonnetje van een goede fondliefhebber .

Albert koppelt zijn kweek- en vliegduiven begin februari en de eitjes van de kweekduiven verlegt hij naar de jaarlingen die de jongen dan grootbrengen en daarna op weduwschap zitten. De jaarlingen doen alle vluchten tot b.v. Gien en daarna 1 fondvlucht, zoals Agen, Bergerac, Cahors etc.

De oude duiven broeden twee keer op eitjes van 10 dagen en zitten dan eveneens op weduwschap. Ook zij gaan vanaf de eerste wedvlucht mee tot midfond vlucht Lorris of dagfond Issoudun en worden daarna gesplitst naar b.v. overnachting of morgenlossing of ZLU. Afhankelijk van het verloop van de vluchten.  

De doffers trainen twee keer daags voor een uurtje. Voor het inmanden krijgen ze geen duivin. Bij thuiskomst wel. Albert speelt het liefst een hele afdeling op een vlucht.

Albert mengt vier vliegmengelingen (Paloma, Beyers, Versele en Mariman) samen en voegt hierbij in het begin na een vlucht voor een kwart een dieet mengeling toe. Hiervan krijgen ze dan een afgestreken lepel in een potje in de nestbak. De laatste vier dagen krijgen ze dan een volle lepel van alleen de mix van de vliegmengelingen en voegt er de laatste twee dagen nog Energy voer van Versele bij. Ook de laatste vier dagen een greep snoep en Tovo. De dag na thuiskomst gaat er Roosvice en biergist over het voer.

Verder houdt Albert het simpel en geeft voor het seizoen een week iets tegen het geel en als ze drie keer mee zijn geweest op de beginvluchten, krijgen ze iets voor de luchtwegen. Zo nodig herhaalt hij in het seizoen iets te geven voor het geel. Dit geeft hij dan pas aan de duiven welke mee waren op een vlucht, op het moment als de overige hokbewoners zijn ingemand .

Tot zover het verhaal van Albert Beunen die op een eenvoudige wijze al jaren goed zijn mannetje kan staan op de fondvluchten en in de winterdag vaak op een podium geroepen wordt om eremetaal in ontvangst te moge nemen. Op de ZLU show 2019 zal hij zijn eerste beker in ontvangst mogen nemen.

Een fijne prestatie voor een fijne liefhebber.

Albert proficiat.

Nieuws flits !!

Recent geplaatste Reportages