De afdeling Limburg sloot het midfond seizoen af met de wedvlucht Gien. 306 liefhebbers manden samen nog 2.940 duiven in. Op de hele vlieglijn was het prima weer, haast onbewolkt en een goed zicht. Er stond een kalme noordoostenwind. Om 6.45 uur werd gelost en de duiven moesten er weer een keer tegenaan.

Het was John Hessels uit Rijckholt, een dorp in de gemeente Eijsden-Margraten, die de eerste duif meldde. Zijn “982” klokte hij om 12.42 uur op een afstand van 411 km en behaalde daarmee een snelheid van 1150 m/min. Goed voor de provinciale overwinning.

John had 16 weduwnaars mee en wint in het afdeling concours 1-59-214-289-488-491 etc. en in totaal 9 prijzen. In eigen samenspel en district behaalde John ook de overwinning tegen resp. 76 en 265 duiven.

John pakte de duiven op de midfond vluchten zeer goed en in samenspel Valkenburg vliegt hij als volgt. Lorris (422 d) 1-3-6-9-22-25-32-41 etc. (20 mee – 10 pr.), Gien (193 d) 2-5-8-9-11-12-16 etc. (21 mee – 11 pr.), Lorris (477 d) 16-19-23-31-33-37 etc. (21 mee – 13 pr.), Gien (73 d) 1-2-7-9-11-12 (16 mee – 8 pr.)

De “982”  

Zijn geschelpte doffer, met ringnummer NL16-1791982, die voor John een fantastische prestatie behaalde, won zijn achtste prijs van dit seizoen en wist zich eerder al te onderscheiden in samenspel Valkenburg met een 6e Lorris (422 d), 8e Gien (193 d), 23e Lorris (477 d) en nu 1e Gien (76 d) en 1e Provinciaal (2.940 d).

John is geen stamkaarten fanaat en voor hem telt alleen de prestatie van de vlieg- of kweekduif. Van de afstamming van de “982” wist hij dat hij hem kweekte uit de “766” van ’08. Een doffer van zijn eigen oude soort (Eugene Bruls Noorbeek – Giel Aarts Rijckholt – Harrie Engelen Maastricht – Gerrit Bours Elsloo) gekoppeld tegen het “856” van ’12 eveneens van eigen soort. Zij is een volle zus van de duivin welke in ’14 het snelste van Limburg was vanaf Reims.

Spel en verzorging

John raakte als 8-jarige al geïnteresseerd in de duivensport via zijn oom Jean Doyen uit Rijckholt. Hier ging hij vaak op bezoek om duiven te letten als ze thuiskwamen of ging hij meehelpen de hokken poetsen. Thuis had hij dan wat sierduifjes en zo bleef hij bezig met duiven.

In 1980 maakte hij zijn entree in de duivensport en verschenen er in de tuin van zijn ouderlijk huis diverse hokken.

Voor de oude vliegduiven beschikt hij over twee hokken. Een van twee en een van 5 meter en hierin zijn drie afdelingen voor max. 32 weduwnaars. Beneden zitten de jonge duiven resp. de kweekduiven. Bij de jonge- en kweekduiven zijn er rennen voor de hokken. Verder nog een ren voor de latere jonge duiven.

John haalde in de loop der jaren duiven bij goed spelende liefhebbers, zoals Eugene Bruls uit Noorbeek, Harrie Engelen en Sjir Franken beiden uit Maastricht, Giel Aarts uit Rijckholt en Gerrit Bours uit Elsloo. Hiervan smeedde hij een eigen stammetje. Af en toe wordt er wel iets bijgehaald maar deze moeten het nog waarmaken, aldus John.

De kweekduiven koppelt hij in de dagen tussen kerst en nieuwjaar en zij brengen drie rondes groot. Er worden geen eieren overgelegd. Hieruit kweekt hij een 50-tal jonge duiven.

Dit seizoen startte hij met 24 doffers en deze werden begin maart gekoppeld. Van een viertal beste vliegdoffers schuift hij de eitjes bij de kweekduiven onder. De vliegduiven broeden de eerste ronde loos. Als er enkelen gaan lopen neemt John alles weg en mogen ze aan een tweede ronde beginnen. Dan broeden ze slechts een viertal dagen vooraleer ze op weduwschap gaan.

In het begin van het seizoen gaan ze alleen in de namiddag 17.30 uur los en zodra de vluchten beginnen met twee dagen mand dan gaan ze ook ’s morgens om 5.45 uur los.

De jonge duiven vliegen in de middag. Hiervoor zorgt moeder Fien, zij zet dan de spoetnik open en kunnen ze uit. De moeder van John is trouwens zijn beste supporter. Ze vindt het uiterst spannend als de duiven aankomen en zeker als ze goed presteren.

John lapt de oude duiven eenmaal in op ca. 20 km en mand ze pas in op Charleville. Voor het inmanden krijgen de doffers de duivin steeds te zien. Bij een nacht mand slecht vijf minuten en bij twee nachten mand een kwartiertje. Zo ook voor ze de mand ingingen voor Gien.

Komen ze thuis dan mogen ze er soms bij tot de volgende ochtend. De laatste weken werd er heel goed getraind, zegt John, ondanks het warme weer. Ook merkte hij dat ze speelser waren en soms werd John’s geduld op de proef gesteld als ze niet wilden luisteren als ze uitgevlogen waren. En zeker als je op punt staat om naar je werk te moeten.

John voert de doffers in het begin van de week een lichte mengeling bestaande uit Gerry Plus en Zoontjens. Ze krijgen dan een volle lepel in een potje in de voerbak. Na 15 minuten worden eventuele restanten weggenomen. Naar de vlucht toe voegt hij er Mariman vlieg en Versele weduwschap bij. Nu krijgen ze anderhalve lepel en kunnen een kwartier eten. Dan is het weer afruimen.

Voor het seizoen begint krijgen de doffers een geel/coccidiose kuur van 5 dagen en aansluitend iets voor de luchtwegen.

Worden de prestaties iets minder dan steekt John een geelpil op of geeft anderhalve dag iets voor de luchtwegen. Kwestie van aanvoelen, meent John. Eenmaal in het seizoen steekt hij een Koudijs blokje aan en rookt de hokken uit.  

Een fijnere afsluiting van een goed seizoen met een provinciale overwinning kan men zich haast niet wensen.

Proficiat

 

 

 

Nieuws flits !!

Recent geplaatste Reportages