Stein. De laatste wedvlucht van het ZLU-programma werd een vlucht waar de duiven weer moesten afzien. Er heerste over de gehele vlieglijn al dagen tropische omstandigheden. Weliswaar waren er over de breedte van west naar oost over de vluchtlijn verschillen te zien doch het zou een loodzware vlucht voor de thuiskomende duiven blijven. De wind blies uit het noorden, in het begin zwak maar gaandeweg de vluchtlijn werd de noordenwind matig van sterkte. Men mag gerust zeggen dat de omstandigheden extreem waren. Op vrijdag 3 augustus werd er onder een blauwe hemel, om 7 uur het startsein gegeven en konden de 12.353 internationaal ingetekende duiven de moeizame tocht huiswaarts beginnen. In Nederland werden 3.777 ingemand. Limburgse liefhebbers hadden er 593 ingezet.

Gezien de extreme omstandigheden zou het zelfs voor de kortste afstanden in Frankrijk (op 725 km) wel eens kunnen zijn dat er diezelfde avond geen duif door zou komen. Helaas bleef de meldlijst op de site van Pipa maagdelijk blank en zou er overal gewacht moeten worden tot de volgende ochtend.

De verlossende melding verscheen zaterdag morgen. Om 7.34 uur werd er in Pouilly sur Serre (in de buurt van Laon) een duif geklokt. Hier had de Franse melker Eric Vancker een duif thuis op 788 km aan een snelheid van 760 m/min. (iets meer dan 45 km per uur). Dit gaf al aan hoe de verdere verwachtte aankomsten zouden kunnen gaan verlopen en zeker als de afstanden groter zouden worden. 

Later waren er één Franse en drie Belgische duiven nog sneller. Hoe zou het in Nederland gaan verlopen en hoe laat zo hier de eerste melding op de lijst komen te staan.

Jos Martens, wonende in de Zuid-Limburgse gemeente Stein, had 10 uitgeselecteerde doffers mee op deze Perpignan en om 9.45 uur meldde de bovenste van de poulebrief zich aan. Jos was net even naar binnen en heeft de aankomst helaas moeten missen. Echtgenote Jacqueline en de twee toeschouwers, Pie Coumans uit Stein en Tony Bollen uit het Belgische Maasmechelen, mochten de aankomst wel beleven. De afstand tot de hokken in Stein was 953 km en dit zou een snelheid betekenen van 831 m/min. Hoger dan de tot dan toe gemelde duiven in Frankrijk en België. Gejuicht kon er nog niet worden want op de verste afstanden zat ook menig topliefhebber te wachten op zijn eerste aankomst. Toen er later op de ZLU meldlijst enkele meldingen verschenen op de verdere afstanden, kon er geen de snelheid van de duif van Jos Martens overtreffen. Een derde internationale zege werd een heugelijk feit. Perpignan kon in gouden letters bijgeschreven worden op de rijke erelijst van Jos en Jacqueline Martens.

Van de 10 gezette duiven klokte Jos er 8 in de prijzen en nationaal zouden dit de prijzen 1-73-114-156-227-244-487 en 599 zijn tegen 3.777 duiven. Internationaal de 1e (verdere uitslag nog niet bekend)

 


 

“Helios”   
Deze kleine donkere krachtpatser kreeg de naam “Helios” (zonnegod der Grieken) na zijn nationale en internationale overwinning. Als jaarling vloog hij op Agen ZLU-jaarlingen internationaal de prijs 2925 tegen 13.189 duiven. Nationaal miste hij de aansluiting. Daarna vloog hij nog de twee morgenlossingen van de Afdeling t.w. Bergerac en Cahors en won resp. de 410e (1.986 d) - 652e Euregionaal (3.374 d) en de 417e (1.739 d) prijs. Dit jaar ontkende hij met de 347e Limoges (2712 d), 38e Nat Pau (3551 d), 21e St. Vincent ZLU (2.570 d) en nu de 1e Nat. en Intern. Perpignan (3.777d resp. 12.353 d)

Wie heeft een betere en wellicht is hij een kandidaat voor de titel “Beste ZLU Duif 2018” in de competitie WHZB/Tbotb.

Zijn vader is “Hyperion” en een puike fondvlieger met o.a. een 9e Prov. Bordeaux. Zoon van de stamkweker “Der Sjef”

Moeder is “Dolly” een dochter van “Irunha” (1e Nat. en 4e Intern. Irun in 2007) van Theo Daalmans uit Elsloo in samenkweek met “Sacha”. Voor verdere afstamming zie de stamkaart.



In acht jaar 3 internationale zeges.

Met deze nieuwe magistrale overwinning op Perpignan bezorgt “Helios” de derde internationale zege voor Jos en Jacqueline Martens in een tijdbestek van 8 jaar. In 2010 was het hun “Tarbes” die op Tarbes ZLU de internationale zege thuisbracht. In 2015 was het hun “André” welke internationaal Marseille zou winnen. “André” werd dat jaar tevens 2e beste ZLU-duif in de competitie WHzB/Tbotb.

Een bijzonderheid bij deze drie internationale overwinnaars is, dat bij allen één of meerder keren de familie van de stamdoffer “Sjef” van 2004 in hun afstamming terug te vinden is

Zo is de “Tarbes” een zoon van “Sjef” 

“André” werd gekweekt uit een volle zus van de "Tarbes" (1e Intern. Tarbes) en dus een dochter van “Sjef”

“Helios” werd gekweekt uit “Hyperion” een zoon van “Sjef”, terwijl de moeder via grootmoeder “Sacha” (zus van de “Tarbes”) weer een kleindochter is van “Sjef”.

Een passie voor de Fond

Onze 64-jarige gastheer Jos, ging als broekie op de fiets steeds naar zijn oom Pie in Beek om bezig te zijn met de duiven en voor oom Pie allerlei klusjes op te knappen op en rond het duivenhok. Vader Sjef, die ook duivenmelker was geweest, zag deze interesse voor duiven van zijn zoon en besloot om voor hem op het ouderlijke huis in Catsop, een hokje te bouwen en samen weer met duiven te gaan vliegen. Toen het vrouwelijk schoon bij Jos in het vizier kwam ebde de interesse voor duiven enige tijd weg, doch werd weer aangewakkerd doordat schoonvader Driessen (Stein) een rood opvangertje had zitten. Ook zwager Jan Driessen kreeg heirdoor interesse en samen hebben ze nog een 5-tal jaren in combinatie gevlogen op het ouderlijke erf van Jan in Stein.
In 1982/83 werd de huidige woning aan de Vaarstraat in Stein gekocht en na de nodige verbouwingen verscheen er op zolder ook een verblijf voor duiven. Doch niet voor lange tijd want de kleppen staken aan de straatkant van het huis en aan de overkant van de straat op duiven passen als ze thuiskwamen was nou ook niet het ‘je van het’. Zo werden er in de loop van enkele jaren een aantal hokken in de tuin geplaatst.

Zijn huidige accommodatie bestaat uit een groot hok met vier afdelingen. Drie ervan zijn bezet door 30 koppels oude duiven en rechts van de ingang een afdeling voor 20 koppels jaarlingen. Naast dit hok en iets terug gelegen een hok eveneens voor 20 koppels jaarlingen. Rechts daarnaast een hok met ren voor ca. 60 vroege en 35 late jonge duiven. Daarnaast weer een hokje voor 12 koppels oude duiven en op de zolder van de garage een hok voor 8 koppels oude duiven. Verder nog een onderkomen voor 12 kweekkoppels en ren voor de weduwduivinnen. Geen van alle hokken is eigenlijk gelijk, doch op alle hokken werd er al goed gepresteerd.
Jos vliegt op deze hokken met 50 oude weduwnaars en met 40 jaarling weduwnaars.

Al met al een ruim bestand duiven, doch hij wordt in de verzorging dan ook bijgestaan door zijn echtgenote Jacqueline, die van huis uit al vertrouwd was in de omgang met de duiven.

In den beginne vloog Jos uitsluitend mee op de programmavluchten en jaren stond hij aan de top van het samenspel Maaskant. Zo was hij in 1990 nog generaal kampioen. Doch de fond bekoorde hem steeds meer en toen hij in 1992 vroeg vloog op Bordeaux ZLU was het hek van de dam. Hij zou zich gaan toeleggen op het grote werk. Voor de aanschaf van de eerste fondduiven hoefde hij niet ver te reizen.

Bij plaatsgenoot Thjeu Cox haalde hij diverse duiven en vooral uit de lijn van diens “Marseille” (4e Nat. in ’97 en soort Schouteren- Vanbruaene-Smeets) slaagde Jos.

In 199 bracht Jos een bezoek aan de Barcelona specialisten, de Gebroeders André en Piet Kuijpers uit Neer en er kwamen enkele koppels eitjes en later jonge duiven mee naar Stein. Jos slaagde er geweldig mee en vooral deze uit de lijn van o.a. “Het Zwartje” (2e Intern. Barcelona), “Beatrix duivin” (1e Nat. St. Vincent) en “Pau duivin”. Heden ten dage gaat hij er nog steeds heen om iets bij te halen. De Kuijpers duiven vormen de pijlers van het kweekhok van Jos. Om de kwaliteit van de Kuijpers duiven vast te houden koppelt hij ze ook in familieverband (niet te dicht) om ze daarna weer te kruisen.

In 2002 deed Jos samenkweek met de combinatie Busscher-Albertz uit Elsloo. Vooral slaagde Jos met afstammelingen uit de “711” van ’96 van Jo en Wilma. De “711” werd in 2001 o.a. Nationale Asduif op de Middaglossing (37° Nat Mont de Marsan, 65° Nat St. Vincent en 70° Nat Dax). Later zijn er nog diverse afstammelingen uit de “711” naar Stein gekomen. 

De kruising “711” x “Kweekmoedertje” van de Gebr. Kuijpers bracht de stamvader “Sjef” van ‘04, genoemd naar de vader van Jos, op de hokken. Vader Sjef had altijd een zwak voor deze blauwe doffer en zag in hem wat hij altijd graag zag in een duif. Hij verhuisde dan ook al snel naar het kweekhok nadat hij als jaarling al een 14e Bergerac (3462 d) en een 39e Cahors (2863 d) vloog. Jos heeft er nooit spijt van gehad.

En zeker mogen we niet vergeten duiven van Theo Daalmans uit Elsloo. Al jaren zijn Jos en Theo goed bevriend en wisselen duiven met elkaar uit en doen ze aan samenkweek. Zo is de moeder van “Helios” een product uit een samenkweek met “Irunha” (1e Nat. Irun) van Theo. Zie ook stamkaart “Helios”

Spel en verzorging

Jos beschikt over een vliegploeg van 50 oude weduwnaars en een vliegploeg van 40 jaarlingen. Nadat de jaarlingen zijn ingevlogen gaan ze mee op de morgenlossingen van de afdeling. Afhankelijk van de zwaarte van de vluchten gaan ze tot drie keer mee en moeten zich zeker twee keer weten te klasseren.

Voor de oudere weduwnaars heeft Jos een schema per afdeling gemaakt. Hierin staat op welke ZLU vluchten de afdeling wordt ingezet. Zo gaat de afdeling welke naar Pau wordt ingezet ook naar St. Vincent ZLU en mogelijk nog naar Narbonne of Perpignan. De Barcelona afdeling gaat b.v. nog naar Narbonne resp. Perpignan. De groep Agen gaat nog naar Marseille. De jaarlingen welke Agen ZLU vliegen, gaan dan nog naar de ochtendlossingen van de Afdeling. Alles is natuurlijk afhankelijk van het verloop van de vluchten, de forme en het vorderen van de rui. 

De jonge duiven worden, als het goed uitkomt,  een viertal keer zelf opgeleerd en gaan dan een drietal vluchten mee. Laatjes doen opleiding op de nalijn. Maar het kan ook voorkomen dat ze in hun geboortejaar geen grote mand zien en alleen zelf enkele keren worden weggebracht.  

De kweek- en vliegduiven worden half maart gekoppeld en de eitjes van de kweekduiven legt hij over naar de jaarlingen. De oude vliegduiven brengen hun eigen jongen groot. Als de jongen dan ca. 18 dagen oud zijn, gaat er één met de duivin naar het jonge duivenhok en het andere jong blijft bij de doffer. Eenmaal de jongen gespeend staan de doffers op weduwschap. Alle doffers gaan zo veel mogelijk mee op de programmavluchten tot ze ca. 1000 km in de vleugels hebben zitten. Daarna is het even rust en gaan ze per afdeling naar de grote vluchten. Tussen de grote vluchten gaat Jos ze ook wel eens lappen op de zaterdag voor het inmanden.

In het voorjaar gaan de doffers ’s morgens om 8 uur en ’s middags om 16 uur los voor een training. Eenmaal het weer constanter, vervroegd Jos ’s morgens de tijd van loslaten stapsgewijs tot 5.30 uur en ’s avonds verlaat hij deze tot naar ca. 19.30 uur. ’s Morgens trainen ze dan verplicht en in de avond mogen ze vrij en ongedwongen vliegen. De klep staat dan open en ze kunnen in- en uitvliegen. In de tussentijd worden de hokken gepoetst. Bij de grote hitte van de laatste maanden trainden de doffers ook ’s avonds heel goed, zegt Jos.

De afdeling welke meegaat naar de vlucht krijgt rond het middaguur van de dag van inmanden de schotel en duivin en blijven een uurtje opgesloten in de nestbak. Na dat uurtje mogen ze vrij op het hok. Op de vloer ligt er stro en kunnen eventueel naar buiten want de klep staat open. Om 16.00 uur gaat de klep dicht, schotel en de duivin van het hok en is het rust tot 17 uur. Dan worden ze nog eens gevoerd en als toemaatje krijgen ze enkele pinda’s en snoep. Ze mogen eten zoveel ze lusten.

Bij thuiskomst mogen ze eerst iets eten en drinken krijgen ook enkele pinda’s. De duivin krijgen ze dan een dag later en mogen er soms de gehele dag bij. 

Jos voert in het vliegseizoen een mix van elk de helft van een Mariman weduwschap mengeling en de Long Distance mengeling van Matador. Het voer en bijproducten verkrijgt hij bij de Gebr. Simons en Znn uit Ransdaal. Alle dagen van de week krijgen de doffers ‘s morgens een volle eetlepel van deze mix, een snuifje snoep en enkele pinda’s. Na een uurtje worden de restanten weggenomen. Om 16 uur krijgen ze een lepel voer en na een uur wordt het potje geledigd. Om 19 uur is er dan de training. Grit en bak allerhande staat steeds ter beschikking en wordt wekelijks ververst.

Als supplement geeft Jos voor het inmanden, twee dagen na elkaar en een keer per dag vliegvitaminen, BMT en aminozuren (van Norbert Peeters) over het bevochtigde voer.

Jos vertrouwd al 40 jaar zijn duiven toe aan de medische expertise van Norbert Peeters uit As. Zo worden alle duiven in november/december geënt tegen paramixo. Voor het koppelen gaat Jos met enkele duiven en mest naar dr. Peeters ter controle en alleen op diens advies wordt er gehandeld. Tijdens het broeden een geelkuurtje van 6 dagen met tricho-groen.

Tijdens het vliegseizoen krijgen de duiven,  welke de mand in gaan, een dag voor het inmanden een tricho-kruiden pil opgestoken. Bij thuiskomst schoon water en een dag later zit er Rucovit Forte en druivensuiker in de drinkpan.

Tijdens ons bezoek werden we blij begroet door een jonge Mechelse herder met de naam Nora. Zij zag haar roots in België en bij niemand minder dan Joost de Smeyter uit Melden. Onlangs nog winnaar Intern. Barcelona duivinnen. Het waren enkele uurtjes gezellig babbelen met Jos. Je kunt zijn passie voor duiven en zeker die voor het zware werk gaan, duidelijk merken. Een liefhebber die weet wat hij wil en er ook alles voor opzij zet. We werden een week echt geleefd, zegt Jos, zoveel publieke belangstelling maak je niet zo vaak mee. Voor hen was het nu de derde keer. 

Een drievoudig proficiat voor Jos en Jacqueline.

 

 

 

Nieuws flits !!

Recent geplaatste Reportages