Stichting Fondduiven.nl

Welkom bij Stichting Fondduiven.nl

Nu online op fondduiven

We hebben 302 gasten en geen leden online

top

nlzh-TWenfrdeitjaptrues

Corneel Horemans,  een legendarische duivenliefhebber uit het verleden maar met een naam welke heden ten dage bij veel duivenliefhebbers over de gehele wereld nog bekend is en ook vaak nog met ontzag wordt genoemd.

We gaan deze grootmeester als eerste uit de galerij der beroemdheid uit het verleden aan de lezers van Fondduiven voorstellen. Hier hetgeen er over hem te vinden was……

 

Grootmeester Corneel Horemans

 

Corneel Horemans, in de volksmond Nilles genaamd, werd in 1874 geboren in Schoten vlakbij Antwerpen.

Als mens was hij iemand die gewend was te luisteren en zich liever te verlaten op zijn instinctieve gewaarwordingen. Hij trad niet graag op het voorplan en vermeed liever het gezelschapsleven.

Van geruchten was hij wars en voorzichtig en wikkend met zijn woorden vooreer hij ze uitsprak.

Anderzijds was hij een oude rot en een door en door geroutineerd vakman op het gebied van de duivensport. Hij was een stielman, zoals men het toen pleegde te zeggen, zoals er maar weinigen waren en aantreft. Niets ontging hem aan zijn scherpe blik. Het buitenleven als jachtopziener in de bossen rondom kasteel Amerloo in de gemeente Schoten, had zijn levenswijze, fijngevoeligheid en zintuigen duidelijk beïnvloed. Deze gaven paste hij natuurlijk ook toe bij zijn duiven.

 

Hij was niet alleen een groot duivenkenner en duivenkweker maar eveneens een meesterlijke speler. Hij beheerste het spel waarlijk tot in de finesses. Hij heeft honderden liefhebbers leren omgaan met de duiven en er velen tot een groot kampioen gemaakt.

Hij was eigenlijk geen makkelijk iemand om mee te onderhandelen en te bewegen als het ging om afstand te doen van zijn beste duiven. Eigenlijk zei hij steeds “Neen”. Verder zei hij dan dat “Als hij die duiven zou verkopen, hij zelf geen liefhebber meer was”. Hector Desmet uit Geraardsbergen was een van de eersten waaraan hij dan na lang aandringen een zestal duiven verkocht. Desmet is er mee geslaagd als geen ander. Ook de jaren erna zijn er nog vele goede duiven naar Desmet gegaan. Een van de beste duiven van Desmet was namelijk zijn “Reve” welke een 2e Int. Biarritz vloog. Hij bezat voor 50% het bloed van de Horemans duiven. Corneel Horemans kocht het “Reve” op de verkoop van Hector Desmet in 1945.

Corneel Horemans kwam in contact met de duivensport toen hij de twintig reeds gepasseerd was en wel in 1898. Aanvankelijk ging hij in Ramst samenspelen met zijn broer Jozef onder de naam Gebroeders Horemans. Van Frans Somers, welke voorzitter was van de maatschappij in Ramst, kwamen de eerste duiven. Somers wist met veel succes de verre drachten zoals Figeac, Lyon en St. Jean de Luz te vliegen. Het waren duiven uit een kruising van het soort van Pittevil en het blauwe soort van Karel Wegge uit Lier. Het aller fijnste Wegge bloed wist Somers te verkrijgen via Jules Geps uit Lier. Geps was eveneens mulder van stiel net als Wegge. Van Wegge verkreeg hij een prachtige blauwe duivin.

 

Somers kocht het soort van Pittevil op diens verkoop in Brussel. Van de lijn van de alom gekende “Bieke”, 2e ereprijs St. Jean de Luz en 8e op Lyon,  van Pittevil ging iets goeds naar de Gebroeders Horemans. “Bieke” kwam voort uit een kruising Pittevil x Wegge/Simons.

 Zicht op een deel van de tuinhokken waar zo ongelofelijk hard werd

gevlogen en zoveel goede duiven werden geboren.

 

Met deze duiven aan de basis behoorden de Gebroeders Horemans al heel snel tot de besten en wisten op allen afstanden kopprijzen te winnen. Hun “Daxke” vloog opeenvolgend twee keer de 1e prijs op Dax.

In 1906 werden de duiven op het hok te Ramst openbaar verkocht en brachten toen het totaal bedrag van 4.000 fr. op, hetgeen voor die tijd een aardige duit was. Doch voor de verkoop plaats vond waren er van de beste duiven eitjes en kleine jongen verhuist naar een onderkomen bij een broer. Uit de afstammelingen van deze duiven werd er in Schoten opnieuw gestart onder de naam van Gebroeders Horemans. En ze begonnen zich reeds direct te onderscheiden.

Er werd toen ook een duivin, “Heroïne”, van het ras van Desirant uit Vieux Campinaire aangeschaft. Zijn was een rasechte Grooters. Dit soort was haast onklopbaar op de verdere afstanden. 

Helaas bracht de oorlog van ’14 – ’18 een halt aan de verdere opgang van het Horemans ras. Gelukkig bleef het hok gespaard van grote verliezen tijdens die oorlogsjaren en erna kende het hok Horemans direct grote successen  op alle afstanden. Bijzondere cracks uit die periode waren o.a. “Kleintje”, de “Brigard”, “Blauwe Bordeaux”, “Donkere Bordeaux”, de “Vos” enz.

 

Er werden enkele jongen uit het “Kleintje” uitgewisseld met jongen van het beste van Vincent Mariën, de grote Antwerpse kampioen met Wegge duiven. Deze kruising zorgde ervoor dat het hok Horemans nog meer op de voorgrond trad.

In 1921 bouwde Corneel Horemans een eigen hok in Schoten en ging er zelfstandig spelen met late jonge duiven van het gemeenschappelijke hok welke de broers nog bezaten. Tot 1929 bleven ze op dit gezamenlijke hok samenspelen. Corneel kon toen putten van dit hok wat en wanneer hij het wenselijk achtte. De hokken welke hij op zijn erf bouwde waren primitief en eenvoudig en de daken voorzien van golfplaten. Niettemin werden er vele jaren topprestaties op behaald en werden er vele goede duiven geboren.

Corneel Horemans wist zich meer dan een halve eeuw tussen de beste liefhebbers van gans België te scharen met het erfgoed van voornoemde duiven. Hij stond bekend als een kweker van de bovenste plank en door middel van inteelt wist hij zijn soort al die jaren vrij zuiver te  houden. Het bloed verrijken deed hij met het voorzichtig inkruisen van uitgezocht materiaal welk hij haalde van Leopold Suerincks, Eugene Dierckxssens en Vincent Mariën. Hiermede zorgde hij dat de vitaliteit in zijn duiven bewaard bleef en zo de inteeltschade een pas voor bleef.

De duiven van Horemans waren uiterst rassige vogels, temperamentvol, driftig en koppig. Horemans beschouwde het karakter en de nimmer begevende wilskracht als de voornaamste en doorslaggevende eigenschappen van zijn duiven. Hij wist deze eigenschappen op een onnavolgbare wijze vast te leggen in zijn duiven. De uiterlijke eigenschappen varieerden nogal, hetgeen men voor zo’n sterk ingeteeld ras eigenlijk niet zou verwachten. Sommige van zijn duiven spotten met alle theorie over vliegeigenschappen.

 

Verdere kenmerken van de Horemans duiven waren dat ze rijk gekleurde ogen hadden met een intensief bruine kleur met veelal zwarte streepjes erin. Ze hadden allen kleine tot middelgrote pupillen. Zijn favoriete duiven zoals de “Wilde”, de “Zwarte 34” en “Zwart 33”, de “Libourne” en de “Vos” waren zwaar gespierd. Bij een rijke voeding van koolhydraten konden ze makkelijk zwellen en de spieren lagen los van de kam zoals men het pleegde te zeggen. Toch zat er op de spieren van deze duiven een zekere spanning (tonus) welke hoger was dan bij de kleppers van andere rassen, zoals b.v. deze van Maurice Delbar van Ronse. Hun bevedering was ook rijk en maakte hen soortelijk lichter.

De Horemans duiven konden zich op alle afstanden klasseren en ze wisten zich te handhaven gedurende meerdere jaren. Ze ontwikkelden zich langzaam en de cracks van toen wisten op 5, 6 en 7 jarige leeftijd nog duchtig te presteren. Hun waarde als kweekduif was bijzonder daar ze eigenlijk doorgefokt waren en gekruist met goede duiven, bracht op vele hokken een zeer gunstig resultaat.

De kolonie van Corneel Horemans werd in de oorlog ’40 – ’45 door de Duitsers bezet. In 1944 werd het hok vrijgegeven en kon Horemans er slechts een twintigtal uitzoeken. De overigen werden in beslag genomen. Uiteindelijk kwamen er 19 terug van de verzamelhokken in Schaarbeek. Hiermede startte hij zijn tweede opgang en al snel was er weer succes.

De oude basis van het hok van Corneel Horemans werd gevormd door een aantal stamduiven zoals:

“De Vos” van 1921 uit een dochter van eerder vernoemd “Kleintje” met “Vos”.

“Het Oud Zwart” uit de “Brigard” maal een duivinnetje uit de “Bleke” van Vincent Mariën Merksem.

“De Donkere” broer van het “Kleintje”. 

“ De Bordeaux”, de “Oude Blauwe” en zijn zuster “Oude Donkere” uit hun gemeenschappelijke hok.

 

Enkele topper van weleer waren o.a.

 “De Late Vos” van 1926. Zoon van de “Oude Vos” met het “Oud Zwart” .

 

Hij was gedurende 7 jaren een van de topduiven van het hok met o.a. een 4e Quivrain, 9e Toury, 10e Brettiggny, 7e Chateauroux, 5e Toury, 2e La Bouget, 3e Pont St. Maxence enz.

Als kweker was hij al even begenadigd en werd vader en grootvader van een hele galerij van Kampioenen.

 

“De Zwarte 34” zoon van de “Late Vos” van 1926 met “Oude Donkere” duivin. (oude soort).

 

Hij won o.a. 1e , 2e en 2e St. Quentin, 3e en 6e Corbeil, 8e St. Denis etc.

In 1939 won hij de 1e vanuit Angouleme V.A.D. met 28 minuten los vooruit. In de nationale dubbeling eveneens de 1e prijs en met 7 minuten los vooruit. Op deze Angouleme won Corneel Horemans zelfs 1e en 2e . Verder vloog “De Zwarte 34” de 8e Nat. Chateauroux. Hij vloog steeds voor de volle inzet met miezen en poulen.

Op de hokken van o.a. Raoul van Spitael uit Kain-Doornik, Hector Desmet uit Geraardsbergen en Valere Docker uit Moortsele zou het soort van “De Zwarte 34” een belangrijke rol gaan spelen in de op- en uitbouw van deze kolonies.

De “Libourne” welke een volle broer was van “De Zwarte 34” wist in 1937 en 1939 een 2e en 9e van Nationaal Libourne te winnen en was steeds weg met het grote geld.

 

“De Wilde” zoon van de “Jonge Bordeaux”.

 

De "Jonge Bordeaux" kwam uit de “Bordeaux” met een dochter uit  “Vos” en van de “Jonge Grijze” dochter van de “Fontainbleau” met een kleindochter uit “Vos”.

“De Wilde” heeft destijds heel wat stof doen opwaaien door zijn wonderbare prestaties in zijn 4 jarige vliegcarrière, zoals een 5e Corbeil, 5e Chateauroux, 4e Noyon, 2e Orléans, 2e Chateauroux, 1e Noyon (3 min. los vooruit), 1e Dourdan (15 min. los Vooruit), 1e St., Denis,  1e Dourdan enz.

Uiteraard vloog ook hij nooit in zijn hemd. Later bleek hij eveneens een buitengewone kweker te zijn en zijn afstammelingen zorgden voor talrijke successen op eigen hok en elders.

En zo zouden we nog een hele serie toppers kunnen vermelden.

 

Als men de stamvorming van het hok Horemans verder zou analyseren dan ziet men dat er weinig vreemd bloed werd ingevoerd. De “Reve” van Hector Desmet was een van deze ingekruiste duiven.  De “Reve” had in feite niet veel vreemd bloed in zijn aderen want hij was een halve Horemans uit de duiven welke Hector Desmet bij Corneel Horemans had aangekocht.

Na het overlijden van Corneel Horemans werden de duiven verkocht en zijn zoon Louis heeft nog lange tijd getracht de naam van zijn vader hoog te houden en de successen voort te zetten, om dan uiteindelijk rond 1967 van het duiventoneel te verdwijnen.

Inmiddels waren de Horemans duiven niet alleen binnen Europa maar over de gehele wereld verspreid. Zij hebben een duidelijke bijdrage geleverd aan het ontstaan van de hedendaagse postduif. Velen die er iets van wisten te bemachtigen wisten hun kolonie naar een hoger plan te brengen.

De “Horemans”  duiven werden door menig kroniekschrijver meerdere keren vergeleken met de “Wegge” duiven als zijnde de besten welke ooit bestonden.