Stichting Fondduiven.nl

Welkom bij Stichting Fondduiven.nl

Nu online op fondduiven

We hebben 159 gasten en geen leden online

top

nlzh-TWenfrdeitjaptrues

 

Maurice Delbar Ronse

 

De geschiedenis gaat verder.

In het vorige deel heeft U kunnen lezen over de opbouw en prestaties van de duiven welke Maurice Delbar voor de tweede wereldoorlog op zijn hokken had. Maar de geschiedenis van het hok Delbar gaat verder na de tweede wereldoorlog.

Gelukkig bleef Maurice Delbar, zijn familie en zijn duiven tijdens de tweede wereldoorlog gespaard van alle ellende en kon hij direct na de wereldoorlog beginnen  met de wederopbouw. De oude ingeteelde stam was er nog en zou de jaren die volgden laten zien dat ze weinig ingeboet hadden van hun kwaliteiten.

 Maurice had drie principes waar hij steeds aan vast bleef houden. Deze principes waren: eenvoud, selectie en verzorging. Het is de basis van het hele duivenspel. Er zijn natuurlijk andere factoren die ook belangrijk kunnen zijn, maar welke niet of nauwelijks beïnvloedbaar zijn.

-          Eenvoud. Dit wil zeggen dat Maurice het nooit té ver ging zoeken. Geen vergaring van allerlei rassen. Hij hield de basis smal en baseerde zich op enkele topduiven of rassen.

-          Strenge selectie. Hierin ligt de basis van alles. Enkel het allerbeste mocht blijven en alle anderen werden onherroepelijk ‘gekapt’. Hij zocht het steeds in het standaard type. Bij het in de hand nemen dient ze direct een evenwichtig gevoel te geven. De peervorm werd steeds nagestreefd. Geen <diepe> duiven en nooit twee witogen tegen elkaar. Tenslotte vond hij een zachte pluim ook belangrijk.

-          De verzorging van de duiven dient steeds extra te zijn en dit van de eerste tot de laatste dag van het jaar. Geen enkel ogenblik werd er iets uit het oog verloren. Granen werden afzonderlijk gevoerd en wekelijks thee in de fontein en in de winter knoflook erbij. De moderne duivensport vraagt de grootste inzet ook voor de liefhebber. Het is niet genoeg dat de duiven goed gezond zijn, de melker dient met alles rekening te houden zonder dat de aandacht verslapt.

 Een zicht op de hokken boven het atelier

 

Enkel hoogtepunten uit de periode na de tweede wereldoorlog waren o.a.

In 1947 werd hij kampioen van België op de fond en grote fond in Curegem-Centre.

In 1950 stond Maurice Delbar in het Officiële Kampioenschap van de Belgische Duivenliefhebbers Bond als 7e geklasseerd (12 grote fondvluchten)

In 1965 Asduif grote fond met de B62-1022823 (1e Angoulême, 1e Perigueux en 3e Pau)

In 1968 werd hij Nationaal fondkampioen

In 1969 won zijn “Musketier de 1e Angoulême O.V.V.

In 1971 de 1e Nat. La Souteraine (6.280 d) met een zomerjong op een zitje.

In 1972 werd zijn “Kleine Blauwe “ 1e Provinciaal fondkampioen en 3e Nat fondkampioen. Het was een kleinzoon van de “Ballon”, welke weer een zoon was van de “Goede Blauwe” van 1947. (kleinzoon „Kleine Geschelpte“)

Won in 1972: 7e Nat. Brive, 25e Nat. Cahors, 19e Belgische Verbond Nat. en 39e Nat. Tulle.

Anno 1988 stonden er 13 overwinningen op nationaal resp. internationaal vlak op naam van de duiven van Maurice Delbar op de vluchten St. Vincent (3x), Narbonne, Chateauroux, Angoulême (4 x), Vannes, Bordeaux, Perigueux, en La Souteraine.

 

Zoon Mick “De Leeuw van Ronse”

Tijdens het zoeken naar informatie aangaande het opmaken van de geschiedenis over Maurice Delbar kwamen we erachter dat zoon Mick heden ten dage nog steeds actief is in de duivensport. Van hem kregen we veel informatie over zijn vader en zijn duiven en uiteraard ook van hemzelf. Derhalve hebben we het verhaal iets verder uitgebreid. Maurice was vader van drie zonen en allen waren al even geïnteresseerd in de duivensport van hun vader.

Maurice Delbar samen met zijn zonen (midden met duif zoon Mick)

 

Toen zoon Maurice, in de omgangstaal Mick genaamd, in 1955 zijn diensplicht had vervuld werd zijn interesse voor de duiven van vader steeds meer om uiteindelijk in 1960 vader de helpende hand toe te steken. Voornamelijk hield hij zich bezig met het verzorgen van de jonge duiven en nam alle wijze lessen van vader ter harte. Een beter leermeester kan men zich eigenlijk niet bedenken. Samen vormden ze toen een tandem.

In december 1986 overleed de grote Maurice Delbar en stond zoon Mick voor het dilemma ‘wat te doen’. Alle duiven publiekelijk verkopen of doorgaan met het erfgoed van vader?. Resoluut en met dezelfde ambitie als vader Maurice nam hij de fakkel over. En er kwamen geen duiven onder de hamer. Gedurende meer dan vijfendertig jaar had hij de hand van de meester aan het werk gezien en zo wilde hij op dezelfde wijze doorgaan. Eerst moest hij orde op zaken stellen en de hele kolonie onder de loep worden genomen. Vader Maurice had om sentimentele redenen geen afstand willen doen van de oudere crackduiven die hem zoveel sportvreugde hadden verschaft gedurende vele jaren. Voor hem waren het de troetelkinderen van de kolonie en dagelijks liep hij langs de bakken om ze iets extra’s te geven.

 

 Mick Delbar in 2012

In het voorjaar van 1987 begon Mick met de selectie van de ca. 200 aanwezige duiven en moesten er 60 a 70 het veld ruimen. Duiven waarvan gedacht werd dat er sleet op zat werden verwijderd. Verkocht werden ze niet, want wat niet goed genoeg voor hemzelf was ook niet goed voor een ander. De weduwnaarsploeg werd uitgedund tot 20 stuks en Mick zou proberen uit te blinken in bepaalde wedstrijden. En het lukte hem wonderwel. Op het einde van 1987 kon hij zich als Nationaal Marathon kampioen laten kronen. Voor deze nationale competitie kwamen de prijzen op de vluchten Montauban, Barcelona en Lourdes in aanmerking, behaald met de eerst-getekende.

Slecht 14 van de 400 liefhebbers wisten drie prijzen te winnen. Op Montauban won hij de 110e Nat. tegen 4.017 d. met zijn “Black Devil”. Van Barcelona won de “Schone” de 207e Nat. tegen 8.915 d. en op Lourdes werd het de 37e van 2.758 d. wederom met “Black Devil”. Het waren weer de duiven van deze machtige stam die zorgden voor dit huzarenstukje.

 “Black Devil” BE81-4449197

 

"Black Devil" was mede winnaar van het Marathon Kampioenschap en was een stayer van het oude soort. Hij won van 1983 t/m 1986 o.a. : 7e Nat. Montauban, 21e Nat. Limoges, 29e Nat. Brive, 38e Nat. Bordeaux, 72e Nat. Brive, 98e Nat. Limoges, 112e Nat. Brive en de 227e Nat. Brive.

In 1987 won hij op Vierzon de 662e Interprov. (7.823 d.), dan de 51e Nat. Cahors (6.448 d.), 110e Nat. Montauban (4.017 d.), 37e Nat. Lourdes (2.758) en 100e Nat. Perpignan (2.639 d.).

In 1988 vloog hij nog de 52e Nat. Cahors (7.929 d.) en de 202e Nat. Narbonne (6.732 d.)

Een stayer van formaat. Het werd een van de nieuwe hoekpeilers van de kolonie van Mick. Een zoon van “Black Devil” won in 1996 de 15e Nationaal Barcelona en werd 3e Gouden Vleugel in de Brugse Barcelona Club.

Momenteel woont Mick Delbar in Oeudeghien een dorpje even buiten Ronse en geniet er van het landelijke en nog steeds van de duiven welke nog terug gaan naar de beroemde stamduiven van vader Maurice. Hij is inmiddels een krasse midden 80er en nog vol ambitie. Hij vliegt op zijn tuinhok met 20 oude weduwnaars en 12 jaarlingen. Daarbij 20 kweekkoppels en een 50 tal jonge duiven.

In de loop van de jaren heeft hij slechts enkele nieuwe duiven ingebracht. Deze kwamen van George Carteus uit Ronse, Marcel Vanden Abeele uit Ronse en Chris Hebberecht uit Evergem. De recentste blikvangers van Mick Delbar zijn o.a.

Zijn BE05-9008625 won de gouden vleugel met 4 maal Barcelona. In 2007 werd hij 2e Algemeen Kampioen en 6e in het kampioenschap grote fond in de Belgische Verstandhouding. Samen met Marcel Vanden Abeele uit Ronse werd hij 2e in het Zesdagen Kampioenschap.

 

 "Bernard" Be05-9008650

 

"Bernard"werd in 2008 Asduif Grote Fond Derby Hainaut (Ca. 1500 leden) met o.a. de prijzen: 26e Narbonne (458 d.), 4e Montauban (513 d.), 8e Tarbes (339 d.) Nationaal waren dit de prijzen 141e (2215 d), 94e (5438 d) en 164e (4660 d). Vooraf had hij op Creil de 22e (526 d), Vierzon 26e (241 d) en 654e Nat. Brive (16.007 d.) gevlogen.

In de jaren 2010 en 2011 vloog hij nationaal nog de 567e Brive (17.456 d.), 161e Nat. Montauban (7.203 d.), 30e Nat. Narbonne (2.255 d.), 1062e Nat. Montauban (6.654 d.), 20e Nat. Tarbes (4.576 d.) en de 995e Nat. Narbonne (6.330 d.) om in 2011 naar het kweekhok te verhuizen. Hier weer een duif welke de oude stam duidelijk vertegenwoordigt.

In 2009, 1e nationaal Brive Zone B en 18 prijzen van 20 ingezette duiven. Nat tegen 17.446 d. 50-567-804-881 etc.

Een recente topprestatie van Mick Delbar uit Oeudeghien staat te boek vanaf Perpignan 31-07-2015.

In EPR Hainaut-Brabant Wallonië werd het 1, 9 en 108 tegen 498 d.

In de Club de Fond Wallonië won hij 1, 23 en 260 tegen 1.459 d.

Nationaal werd het 3, 147 en 1186 tegen 5.254 d.

International werd het 17, 463 en 3135  tegen 15.954 d.

Hij had er drie mee.

Enkele toppers uit de 60er jaren.

 

Jarenlang had Mick de wijze van kweken, methode van verzorgen en spelen van de duiven van vader Maurice bestudeerd en opgevolgd. Alles is nog steeds dezelfde gebleven zoals het vroeger thuis gebeurde. Kweken zoveel mogelijk binnen de familie (lijnenteelt) en sporadisch een kruising met vreemd bloed. Simpele verzorging met 4 mengelingen en enkele keren per week zelfgemaakte thee. Deze methode laat het toe dat ze op 6 en 7 jarige leeftijd nog steeds aan de kop van de nationale fondvluchten kunnen vliegen. Ze deden het vroeger zo en heden ten dage nog steeds.

Het ras Delbar heeft over de gehele wereld voor heel wat “koters” gezorgd, zoals Piet de Weerd de kweekwaarde van een ras bestempelde en bepaalde. Vandaag de dag is het ras nog steeds gewild en dat ondervind Mick nog jaarlijks.  Soms is de vraag zo groot dat er van vliegen weinig terecht komt om de liefhebbers komende van heinde en verre niet teleur te willen stellen. Velen wisten de weg naar Ronse en Oeudeghien te vinden om iets te bemachtigen van dit machtige ras. Een klein overzicht van liefhebbers welke in de loop van de vele jaren slaagden met de inbreng van de Delbar duiven.

 

·         Hector Berlengée uit Aspelare die een onafscheidelijk vriend was van Maurice, kreeg er op het einde van de oorlog nog eens 24 jonge duiven. Hij mocht zijn keuze doen uit alle grote cracks. De moeder van zijn 1e Internationaal Barcelona 1949, de “Blauwe Berten” was een zuivere Delbar. Ook de vooroorlogse crack de “Kleine Blauwe”verbleef lange tijd in Aspelare. Een van de bekendste duiven van Berlengée was wel de “Oude Grijze Delbar” van 1945. In de jaren ’47 t/m 49 won hij o.a. een 2e, 2e en 5e Nat. Montauban.

·         Piet de Weerd nam afstammelingen van de “Kleine Lichte” en “Kleine Blauwe” mee naar zijn kweekhokken op de Haagdijk in Breda en voorzag Jan Aarden van het beste hieruit. Het werden mede de stamduiven van het wereldberoemde Aarden ras en van hieruit vele anderen in alle werelddelen.

·         Staf Dujardin uit Groede fietste al in de oorlogsjaren naar Ronse en haalde er van het beste en slaagde ermee als geen ander. Hij beschouwde de Delbars als de edelste, rassigste, sterkste en taaiste fondduiven die misschien ooit bestaan hebben. Hij is nog steeds recordhouder van de meeste nationale overwinningen in Nederland. Ook via hem vond verspreiding van de Delbar duiven over de gehele wereld plaats.

·         Joep van Dongen jarenlang de verzorger bij Ko Nipius uit Middelharnis en later bij de Witte Molen, wist te vertellen dat in die tijd de Delbars de besten waren.

·         De onlangs overleden George Carteus werd na zijn huwelijk kastelein van een café op de markt in Ronse alwaar de plaatselijke duivenbond Unique zijn lokaal had. De legendarische Maurice Delbar hanteerde er de jaren de voorzittershamer. Vader Carteus had er in de naoorlogse jaren al een jong gekocht uit de wereldberoemde “Kleine Lichte”. George kon er later nog een jong kopen uit de fameuze “Ballon” van Delbar en het werd een excellent kweker.

·         Günter Prange uit het Duitse Meppen had in 1964 een aanvlieger welke een van Maurice Delbar bleek te zijn. Hij mocht hem behouden en werd een van de hoeksteunen van zijn wonderkolonie. Later volgden er nog meer duiven van Delbar en zouden het hok Prange mede naar eenzame hoogte brengen.

·         De overbekende “Meeuw” van Dr. Linssen uit Helmond welke via tandarts Vermeulen van Alfons Metsaars uit Rijen kwam, stamt van vaderskant uit een duivin welke een kleindochter was van de geschelpte witpen, de “Dax” van Maurice Delbar

 

En zo zouden we eigenlijk nog een tijdje door kunnen gaan met het zoeken naar liefhebbers, groot en klein welke slaagden met duiven welke nog terug gaan naar deze wereldberoemde Delbar stam. Dit zou echter te ver voeren. Wellicht zullen we hier en daar niet helemaal volledig zijn geweest doch het zal zeker de bekendheid en de waarde van het ras Delbar niet schaden.

Tot zover het verhaal van een der legendarische grootmeesters uit het verleden. 

Voorlopig stoppen we met deze reeks verhalen over de grootmeesters uit de boeken der herinneringen van de duivensport en begin 2017 zullen we er weer enkele aan de lezers voorstellen. Grootmeesters zoals de Gebr. Cattrysse en Oscar Devriendt, beiden uit Moere en verder het tandem Huijskens-Van Riel uit Ekeren-Donk. 

Een fijn sportseizoen toegewenst.